Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.4.

Artikel 4.4.2.

Beleid

Onderdeel van Gemeentelijk Watertaken Programma 2025-2028

Op locaties waar oppervlaktewater essentieel is voor het uitvoeren van de gemeentelijk watertaken stellen we in het omgevingsplan werkingsgebieden in. Binnen werkingsgebieden is naast een watervergunning ook een omgevingsvergunning van de gemeente noodzakelijk voor het dempen van watergangen. Soms zijn verbetermaatregelen in het oppervlaktewater noodzakelijk voor de verwerking van hemelwater. Voorbeelden zijn het vergroten van watergangen en duikers. De aanleg van fijnmazige plasdras zones (groenblauwe dooradering) kan zowel bijdragen aan het bergen van hemelwater als aan het versterken van de biodiversiteit. Het beheer van watergangen draagt direct bij aan de werking van een watergang. In watergangen verzamelt zich bagger. Bagger vermindert de waterafvoerende werking van de watergang, vermindert de waterkwaliteit en vermindert de plekken waar vissen tijdens vorst kunnen schuilen. De gemeente baggert sloten waar mogelijk tot de slootbodem (kwaliteitsbaggeren). Door de baggerlaag volledig te verwijderen verbetert de waterkwaliteit en voeren de duikers optimaal water af. Het hoogheemraadschap geeft de mogelijkheid om per polderpeil gegraven oppervlaktewater op te nemen in een Berging Rekening Courant (BRC). Bij toename verharding eist het hoogheemraadschap watercompensatie (bijlage 3). Oppervlaktewater dat we opnemen op een BRC kunnen we inzetten voor watercompensatie in dat peilvak. De gemeente inventariseert deze beleidsperiode het extra gegraven wateroppervlak en legt dit vast in een Berging Rekening Courant. Oppervlaktewater Oppervlaktewater Omgevingsvisie: Natuur, waterkwaliteit en toerisme en recreatie. Doel:  Een robuust stedelijk oppervlaktewater met voldoende bergings- en afvoercapaciteit én goede ecologische kwaliteit. Nieuw beleid Nieuw oppervlaktewater verwerkt de toetsbui van het riool- en watersysteem. Oppervlaktewater is toegankelijk voor beheer vanaf de weg of via het water. Nieuw oppervlaktewater richten we robuust en natuurvriendelijk in. Bagger- en groenafval zetten we volgens het verschralingsbeleid niet op de kant, maar voeren we af. We versterken hiermee de ecologische waardes van de oevers. Aanpassingen aan het oppervlaktewater of de omgeving daarvan mogen geen belemmering vormen voor de gemeentelijke watertaken. We baggeren tot slootbodem (kwaliteitsbaggeren) om de waterkwaliteit te verbeteren We verminderen overstorten om de waterkwaliteit te verbeteren. De gemeente maakt een Berging Rekening Courant met het hoogheemraadschap. Gebiedsspecifieke aanpak Bebouwde kern Lintbebouwing Buitengebied Er is geen gebiedsspecifiekbeleid voor bebouwingsvormen voor oppervlaktewater. Oeverwallandschap Watergangen zijn belangrijk voor de verwerking van de gemeentelijke watertaken. In het omgevingsplan wijzen we werkingsgebieden aan. Bij vervanging of nieuwbouw van de openbare ruimte vergroten we de waterberging in het gebied. Veenweidegebied Bij vervanging van de openbare ruimte halen we verzakte duikers op en brengen we deels boven het waterpeil aan om de waterkwaliteit te verbeteren. Bodemdaling nemen we mee in het ontwerp van de duiker of brug. Droogmakerij Tijdens het graven of (kwaliteits)baggeren van het oppervlaktewater mag de slootbodem niet opbarsten. Waterberging op maaiveld is een alternatief voor oppervlaktewater. We dichten wellen in gemeentelijke watergangen. Monitoring: Elke 10 jaar monitoren we de watertaak hemelwater in het SSW (3.5.2). In watergebiedsplannen monitoren we met het hoogheemraadschap het water- en rioolsysteem per polder. Het hoogheemraadschap monitort maandelijks de waterkwaliteit en schouwt de watergangen jaarlijks. Omgevingsplan: Aanpassingen aan het oppervlaktewater vormen geen belemmering voor de gemeentelijke watertaken.

Rechtspraak bij dit artikel