Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.3.

Artikel 6.3.1.

Investeringen

Onderdeel van Gemeentelijk Watertaken Programma 2025-2028

Investeringen zijn eenmalige kosten bij uitvoering van projecten voor vervangen, renoveren, verbeteren en aanleggen van rioolvoorzieningen. De kosten voor investeringen zijn inclusief 18% V.A.T. (voorbereiding, administratie en toezicht) ter dekking van de werkzaamheden door interne en externe engineering. 6.3.1.1. Vervanging en renovatie De investeringskosten voor vervanging en renovatie ramen we op basis van de theoretische technische levensduur van de verschillende bestaande voorzieningen (bijlage 4, tabel B). Bij voorzieningen die voor levensverlengend onderhoud in aanmerking komen rekenen we met een verdeelsleutel tussen levensverlengend onderhoud en vervanging. Bij het bepalen van de technische levensduur houden we rekening met het verschil in ondergrond. Riool in het veenweidelandschap verzakt sneller en vervangen we vaker dan in de andere landschapsvormen. Bij singuliere rioolvervanging (zonder wegen) rekenen we de kosten voor vervanging van de maaiveldinrichting (verhardingen, groen) ter plaatse van de rioolsleuf toe aan de rioolheffing. Bij het vervangen van riool in verhardingen houden we rekening met extra kosten voor herstel van nazakken ter plaatse van de sleuf. Rioolvervangingen combineren we bij voorkeur met de herinrichting van de openbare ruimte. Deze integrale aanpak geeft de minste belasting voor bewoners en gebruikers. Bovendien is door het combineren van diverse activiteiten de totale kosteneffectiviteit hoger. Bij integrale projecten belasten we alleen de kosten voor de rioolsleuf (excl. weg en wegfundering) door aan de rioolheffing. Integraal werken kan ook een nadeel hebben. Door verschil in urgentie tussen vervanging van riool en vervanging van de openbare weg vervangen we riool soms eerder dan noodzakelijk. Dit vermijden we zoveel mogelijk. Investeringen voor vervanging en renovatie activeren we en boeken we in hetzelfde jaar volledig af ten laste van de “voorziening vervanging riolering”. De jaarlijkse vervangingskosten voor ramen we op € 8.030.000. (Zie bijlage 4, tabel B). Figuur 11 geeft de kosten voor de theoretische vervanging per 10 jaar weer. Figuur 11. Theoretische vervangingsopgave per 10 jaar. 6.3.1.2. Verbetermaatregelen (inclusief klimaatadaptatie openbare ruimte) Verbeteringsmaatregelen verbeteren het functioneren van bestaande rioolstelsels en afwateringssystemen. We voeren verbetering vaak uit in combinatie met vervanging. Voorbeelden van verbetermaatregelen zijn het vergroten van hemelwaterriolen, duikers of watergangen. Bij verbeteringen horen ook de klimaatadaptieve maatregelen in de openbare ruimte. Deze zijn nodig voor een goede verwerking van neerslagwater in extreme situaties als gevolg van de klimaatverandering. Voor de komende beleidsperiode tot 2034 rekenen we met een jaarlijks bedrag van € 800.000 (Zie bijlage 4, tabel C). Het maken van een realistische schatting voor een periode na 2054 is lastiger omdat we verwachten dat we de meeste maatregelen voor klimaatadaptie dan gerealiseerd hebben. De kosten van verbeteringsmaatregelen worden op dezelfde wijze als bij vervangingen geactiveerd en direct volledig afgeboekt. 6.3.1.3. Nieuwe aanleg Echte uitbreidingen van gemeentelijk riool komen alleen voor bij nieuwbouw met een eigen exploitatieplan. De eerste aanleg van riool komt dan ten laste van de betreffende exploitatie en niet ten laste van de rioolheffing. Uitgangspunt van dit GWP is dat we geen nieuwe rioolstelsels aanleggen voor bestaande bebouwing. Bij verdichting van het buitengebied tot lintbebouwing leggen we als gemeente mogelijk riolering aan ter bescherming van de waterkwaliteit. Eventuele investeringen hiervoor hebben we opgenomen onder “Verbetermaatregelen” of kunnen we kapitaliseren.

Rechtspraak bij dit artikel