Naar hoofdinhoud

Paragraaf 1

Artikel 10

Financieringsfunctie

Onderdeel van Verordening ex artikel 212 Gemeentewet

1. Het College zorgt bij het uitoefenen van de financieringsfunctie voor:a. het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de Raad vastgestelde kaders van de begroting uit te voeren;b. het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie, zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s;c. het beperken van de kosten van leningen en het bereiken van een voldoende rendement op uitzettingen;d. het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posties. 2. Het College neemt bij de hiervoor genoemde activiteiten de bepalingen van het door de Raad vastgestelde “Treasurystatuut” en van de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet FIDO) in acht. 3. Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het aangaan van financiële participaties uit hoofde van de publieke taak bedingt het College indien mogelijk zekerheden. Het College motiveert in zijn besluit het openbaar belang van dergelijke uitzettingen van middelen, verstrekkingen van garanties en financiële participaties. Omtrent de omvang van de particpaties, verstrekte garanties en uitzettingen van gelden doet het College jaarlijks verslag middels de jaarrekening, als onderdeel van de toelichting op de balans en de paragraaf “Verbonden partijen”.

Rechtspraak bij dit artikel