1. Bij de begroting wordt een overzicht gegeven van de productenraming
ingedeeld naar programma’s en bij het jaarverslag wordt een overzicht
gegeven van de productenrealisatie ingedeeld naar programma’s.
2. Ten behoeve van het besluitvormingsproces maakt het College voor de
Raad inzichtelijk:
- De gemeentelijke lasten
- De gemeentelijke baten
- De vrije begrotingsruimte (onvoorzien)
- De vrij besteedbare reserves
3. De programmabegroting en programmarekening geven zoveel mogelijk de
volgende niet-financiële informatie:
- De te realiseren en gerealiseerde effecten
- De kaders waarbinnen de effecten moeten worden gerealiseerd of zijn
gerealiseerd
- Het tijdstip waarop de effecten moeten zijn gerealiseerd of zijn
gerealiseerd
- De wijze waarop de effecten zullen worden gerealiseerd of zijn
gerealiseerd.
4. Voorafgaand aan het opstellen van de begroting voor het komende jaar
en het daarin op te nemen meerjarenperspectief, informeert het College
de Raad in mei van het lopende jaar omtrent haar beleidsvoornemens en de
financiële uitwerking daarvan middels een Voorjaarsnota; deze
Voorjaarsnota kent dezelfde indeling als de begroting en de
jaarrekening.
5. Bij de uiteenzetting van de financiële positie van de begroting wordt
van de nieuwe investeringen per investering het benodigde
investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende investeringen
het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de uitputting
van het krediet in het lopende boekjaar weergegeven.
6. In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de
geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale
uitgaven weergegeven.
Paragraaf 1
Artikel 3
Inrichting begroting en jaarstukken
Onderdeel van Verordening ex artikel 212 Gemeentewet