Naar hoofdinhoud

Paragraaf 1

Artikel 3

Inrichting begroting en jaarstukken

Onderdeel van Verordening ex artikel 212 Gemeentewet

1. Bij de begroting wordt een overzicht gegeven van de productenraming ingedeeld naar programma’s en bij het jaarverslag wordt een overzicht gegeven van de productenrealisatie ingedeeld naar programma’s. 2. Ten behoeve van het besluitvormingsproces maakt het College voor de Raad inzichtelijk: - De gemeentelijke lasten - De gemeentelijke baten - De vrije begrotingsruimte (onvoorzien) - De vrij besteedbare reserves 3. De programmabegroting en programmarekening geven zoveel mogelijk de volgende niet-financiële informatie: - De te realiseren en gerealiseerde effecten - De kaders waarbinnen de effecten moeten worden gerealiseerd of zijn gerealiseerd - Het tijdstip waarop de effecten moeten zijn gerealiseerd of zijn gerealiseerd - De wijze waarop de effecten zullen worden gerealiseerd of zijn gerealiseerd. 4. Voorafgaand aan het opstellen van de begroting voor het komende jaar en het daarin op te nemen meerjarenperspectief, informeert het College de Raad in mei van het lopende jaar omtrent haar beleidsvoornemens en de financiële uitwerking daarvan middels een Voorjaarsnota; deze Voorjaarsnota kent dezelfde indeling als de begroting en de jaarrekening. 5. Bij de uiteenzetting van de financiële positie van de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de uitputting van het krediet in het lopende boekjaar weergegeven. 6. In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven weergegeven.

Rechtspraak bij dit artikel