**1..** De aanvrager zorgt door middel van de aanleg van het circulair watersysteem dat er voldoende drinkwaterbesparing wordt gerealiseerd. Hierover dient aanvrager jaarlijks te rapporteren. Conform de doelen uit het Nationaal Plan van Aanpak Drinkwaterbesparing wordt voldoende drinkwaterbesparing gerealiseerd als:
het gemiddelde drinkwatergebruik per persoon maximaal 100 liter per persoon per dag is (waarbij de referentiesituatie 128 liter per persoon per dag is);
of als het drinkwatergebruik van huishoudelijke aard in panden met een zakelijke of maatschappelijke functie met minimaal 20% daalt (waarbij de referentiesituatie afhankelijk is van de functie van het gebouw ).
**2..** De aanvrager meet en monitort de kwaliteit en kwantiteit van het grijswatersysteem. De aanvrager geeft toestemming voor het openbaar delen van deze informatie.
**3..** In de eerste 5 jaar na aanleg heeft aanvrager een rapportageplicht richting de gemeente. In deze rapportage komen minimaal aan bod: het drinkwaterverbruik van het afgelopen jaar, het circulair watergebruik van het afgelopen jaar, de werking van het systeem (calamiteiten of uitval), gebruikerservaringen, gepleegd of noodzakelijk beheer en onderhoud en de resultaten van het meet- en monitoringssysteem. De rapportage dient jaarlijks vóór 31 december te worden aangeleverd.
**4..** Aanvrager houdt het circulaire watersysteem minimaal 10 jaar in stand. Indien het systeem niet naar wens functioneert en buiten werking wordt gesteld, is aanvrager verplicht de het College hierover te informeren. Indien naar mening van het College de opgegeven reden voor het buitenwerking stellen niet zwaarwegend genoeg is, behoudt het College zich het recht voor om (een deel van) de verstrekte subsidie terug te vorderen.
**5..** De gemeente houdt zich het recht voor om in het kader van kennisdeling met haar partners het circulaire watersysteem te bezoeken. De gemeenten zal verzoeken daartoe tijdig indienen. Aanvrager spant zich in om werkbezoeken door de gemeente en haar partners mogelijk te maken.