De werktijdregistratie moet door iedere ambtenaar persoonlijk
geschieden.
De directeur stelt nadere richtlijnen vast voor de registratie
en verantwoording van aan- en afwezigheid.
Bij een onverantwoorde toepassing van de werktijdregistratie
door de ambtenaar is de directeur bevoegd deze ambtenaar, al dan
niet tijdelijk, uit te sluiten voor de mogelijkheid van
variabele werktijden, zulks onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 16 van de gemeentelijke CAR/UWO-regeling
(disciplinaire straffen wegens plichtsverzuim).