Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.4

Artikel 3.4.1

Klimaatakkoord

Onderdeel van Beleids- en beheerplan openbare verlichting voor de periode 2025-2030

Nationaal zijn er energiebesparingsdoelstellingen, het zogenaamde “Energieakkoord”, vastgesteld die impact hebben op het terugdringen van het energieverbruik van de OVL-installatie. Naar schatting verbruikt OVL in ons land 1,5 procent* van de elektriciteit, waarvan het overgrote deel voor de gemeentelijke OVL. Gemeenten kunnen dus zelf een concrete en realistische bijdrage leveren aan het realiseren van het Energieakkoord. In het akkoord staan de volgende doelstellingen genoemd voor openbare verlichting (OVL) en verkeersregelinstallaties (VRI's): 20% energiebesparing bij OVL en VRI's in 2020 ten opzichte van 2013; 50% energiebesparing bij OVL en VRI's in 2030 ten opzichte van 2013; 40% van de OVL is voorzien van slim energiemanagement in 2020; 40% van de OVL is energiezuinig in 2020. In 2019 is het Klimaatakkoord tot stand gekomen. Hierin ligt de nadruk op CO2-reductie. Deze afspraken zijn met meer dan honderd partijen gemaakt, waaronder veel partijen uit het Energieakkoord. De nog lopende afspraken uit het Energieakkoord zijn integraal opgenomen in het Klimaatakkoord. Het energieverbruik in 2013 van de gemeentelijke OVL-installatie was 1.269 MWh. De omvang van het areaal was destijds ongeveer 9.500 objecten. Het berekende verbruik in 2024 bedraagt 1.237 MWh, een besparing van 3% ten opzichte van het referentiejaar 2013. Hoewel deze besparing in het kader van het klimaatakkoord minimaal lijkt, moet opgemerkt worden dat de omvang van het areaal met maar liefst 30% (2.900st) is toegenomen. Terugdringen van het gebruik van energie en de daarmee gepaard gaande reductie van de CO2-emmissie is een belangrijk thema van het milieubeleid van de gemeente. Het terugdringen van de milieubelasting door het energieverbruik kan grofweg op twee manieren: Inkoop van duurzame energie; Verminderen van het verbruik. Circa 60% van de gemeentelijke energierekening gaat naar OVL. De gemeente koop uitsluitend duurzame “groene stroom” in middels een Europese openbare aanbesteding. De gemeente gaat door met verdere verlaging van het energieverbruik van de OVL en onderschrijft het Klimaatakkoord. De gemeente monitort jaarlijks de energiereductie, controleert de energierekeningen en vergelijkt het opgegeven verbruik met het verbruik op basis van abstracte berekening van de installatie. Energie besparen (verminderen van het gebruik) kan worden bereikt door toepassing van led armaturen bij nieuwbouw, incidentele vervanging bij schade en defecten, en geplande vervangingen bij einde technische levensduur. Deze armaturen zijn voorzien van statische dimmogelijkheid (vast tijdstip) en worden af fabriek met een standaard dimprotocol geleverd. Bij gebruik van een dimregime wordt gemiddeld ca. 14% tot 24% aan energie op het totaalverbruik bespaard (afhankelijk van het toegepaste dimregime en lamptype). Tot op heden is daardoor een beperkt deel (27%) voorzien van een statisch dimprotocol. Bij vervanging van armaturen kiest de gemeente voor statisch dimmen om het energieverbruik verder terug te dringen. Met name in het buitengebied zal de gemeente bij uitbreiding of vervanging per geval een afweging maken of de installatie dynamisch uitgevoerd wordt op basis van voordelen, kosten en omgevingsfactoren zoals gebruik, gebruikers, en het beperken van hinder. Dimmen kan ook dynamisch worden uitgevoerd. Met softwaresystemen kan het dimmen op afstand aangestuurd worden (connectiviteit) en met sensoren kan het lichtniveau aangepast aan het gebruik van de weg. Dit heeft als voordeel dat ingespeeld kan worden op externe factoren zoals calamiteiten, weersomstandigheden en verkeersintensiteiten. Een nadeel is de (nog) hoge investeringskosten voor het systeem.

Rechtspraak bij dit artikel