Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.3.8

Artikel 3.44

Beperking verkeer in natuurgebieden

Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving Gooise Meren

1.. Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard. 2.. Het verbod is niet van toepassing op terreinen die door het college zijn aangewezen. Het college kan daarbij nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: het voorkomen van overlast; de bescherming van natuur- of milieuwaarden; de veiligheid van het publiek. 3.. Het verbod is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: die worden gebruikt door de politie, brandweer, geneeskundige hulpverlening of andere hulpverleningsdiensten die krachtens artikel 29, eerste lid van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister zijn aangewezen; die worden gebruik in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als bedoeld in het eerste lid; die worden gebruikt in verband met werken die krachtens een wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die binnen de terreinen als bedoeld in het eerste lid liggen; voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de personen als bedoeld onder d. 4.. Het verbod is verder niet van toepassing: op wegen die liggen binnen de terreinen of gebieden als bedoeld in het eerste lid; binnen de bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel. 5.. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 6.. Op een aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel