Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Afdeling 3.4

Artikel 3.50

Verbodsbepalingen en vergunning gemeentelijk monument

Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving Gooise Meren

1.. Het is verboden een beschermd gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen, of na te laten noodzakelijk onderhoud uit te voeren. 2.. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het college, of in strijd met de voorschriften bij die vergunning: een beschermd gemeentelijk monument te slopen, te verstoren, te verplaatsen of te wijzigen; een beschermd gemeentelijk monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een manier dat het monument wordt aangetast, ontsierd of in gevaar gebracht. 3.. Het verbod en de vergunningplicht als bedoeld in het tweede lid gelden niet als: de activiteit betrekking heeft op normaal onderhoud, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort, kleur, en aanleg (in geval van een tuin, park of andere aanleg) niet wijzigt, of; het binnen een monument dat als begraafplaats in gebruik is met inachtneming van de monumentale waarden: plaatsen van grafmonumenten, met inbegrip van het tijdelijk verwijderen daarvan en het bijwerken van het opschrift; doen van begravingen of asbijzettingen, of ruimen van graven waarvan het grafmonument niet is beschermd als gemeentelijk monument. de activiteit alleen leidt tot inpandige veranderingen van een onderdeel van het monument dat uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde heeft; Voor de onderdelen genoemd sub c t/m f dient vooraf overleg plaats te vinden met de gemeente. 4.. Het college kan in het belang van de monumentenzorg nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden aan een gemeentelijk monument. 5.. De vergunning als bedoeld in het tweede lid kan alleen worden verleend als het belang van de monumentenzorg zich daar niet tegen verzet. Bij de beslissing houdt het college rekening met het gebruik van het monument.

Rechtspraak bij dit artikel