1. Als de cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening en de ondersteuning zelf wenst in te kopen door middel voor een pgb, toetst het college of voldaan wordt aan de voorwaarden van de wet (Wmo 2015, artikel 2.3.6. lid 2), deze verordening en aan de criteria volgens de nadere regels. Als de cliënt aan deze voorwaarden voldoet, kan een pgb worden verstrekt.
2. De cliënt of zijn vertegenwoordiger dient een budgetplan in bij het college, wanneer hij aanspraak wil maken op een pgb. Het budgetplan voldoet aan de eisen die gesteld worden in de nadere regels. Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning Renswoude 2025 8
3. Als de cliënt het pgb wenst in te zetten voor informele ondersteuning, zijn hier aanvullende voorwaarden aan verbonden:
a. de cliënt of zijn vertegenwoordiger motiveert waarom dit tot een gelijkwaardig of beter resultaat leidt, dan wanneer er formele ondersteuning wordt ingezet;
b. de persoon die informele ondersteuning levert, mag niet het budget van de cliënt beheren. Tenzij het college hiervoor toestemming geeft, vanwege bijzondere omstandigheden;
c. Er mag geen druk zijn uitgeoefend op de cliënt of zijn vertegenwoordiger om de ondersteuning uit te laten voeren door een niet-professional;
d. de ondersteuning moet gebruikelijke hulp overstijgen;
e. Indien van toepassing: het advies van een onafhankelijke en deskundige derde die toetst of de inzet van informele ondersteuning verantwoord is, wordt meegenomen in de beoordeling.
4. Bij voorzieningen in de vorm van hulpmiddelen of woningaanpassingen is de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt gelijk aan de afschrijvingstermijn van de vergelijkbare in natura verstrekte voorzieningen.
5. Het pgb wordt uitsluitend besteed volgens het budgetplan en de beschikking.
6. Het pgb mag niet besteed worden aan:
a. kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers;
b. kosten voor het voeren van een pgb-administratie;
c. kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb;
d. kosten voor feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering.
7. Het pgb bevat geen vrij besteedbaar deel.
8. Een pgb dient door de cliënt binnen zes maanden na toekenning te worden ingezet, voor het doel waarvoor het is verstrekt. Als het pgb niet binnen deze periode wordt aangewend, kan het college de toekenning intrekken.
9. Het college kan een pgb weigeren of terugvorderen, als blijkt dat:
a. er eerder een pgb is verleend op grond van deze verordening, dan wel de hieraan voorafgaande verordening(en), en de cliënt zich niet heeft gehouden aan de verplichtingen behorende bij het pgb;
b. naar oordeel van het college uit het budgetplan onvoldoende blijkt dat de voorziening adequaat, veilig, cliëntgericht en kwalitatief verantwoord is;
c. in het geval van ondersteuning door een persoon uit het sociaal netwerk, naar oordeel van het college onvoldoende blijkt dat de ondersteuning tot een gelijkwaardig of beter resultaat leidt, dan door de inzet van een professionele dienstverlener;
d. naar oordeel van het college, de cliënt of diegene die de cliënt hierbij ondersteunt onvoldoende in staat wordt geacht om het pgb te beheren en hier op een verantwoorde manier mee om te gaan;
e. de cliënt niet voldoet aan de overige aan het pgb verbonden voorwaarden.
10. Het college kan nadere regels stellen over de invulling van dit artikel.
Hoofdstuk 4
Artikel 19 Regels voor pgb
Artikel 19 Regels voor pgb
Onderdeel van Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning Renswoude 2025