Naar hoofdinhoud

Artikel 6 Onderzoek

Artikel 6 Onderzoek

Onderdeel van Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning Renswoude 2025

1. Het college onderzoekt de melding zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen 6 weken na ontvangst van de melding. Hiervoor verzamelt het college alle toegankelijke gegevens over de cliënt en zijn situatie die voor het onderzoek van belang zijn. 2. De cliënt of zijn vertegenwoordiger verschaft het college alle gegevens en bescheiden die voor het onderzoek nodig zijn en waarover de cliënt redelijkerwijs de beschikking kan krijgen, rekening houdend met de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). 3. Bij het onderzoek, stelt het college de identiteit van de cliënt vast aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. Beschikt de cliënt niet over een geldig identificatiedocument, dan kan deze gedurende het onderzoek aangevraagd worden door de cliënt. De identiteit van de cliënt dient vastgesteld te zijn, voordat een maatwerkvoorziening verleend kan worden. 4. Een gesprek maakt deel uit van het onderzoek. Indien nodig, kunnen dit ook meerdere gesprekken zijn. Het gesprek wordt gevoerd met de cliënt of zijn vertegenwoordiger, voor zover mogelijk met zijn mantelzorger en voor zover nodig andere personen, en desgewenst de onafhankelijke cliëntondersteuner. 5. Als de cliënt voldoende bekend is bij het college (de genoemde gegevens uit lid 1, 2 en 3 zijn bekend), kan het college afzien van de identificatieplicht. Hierover kan het college nadere regels stellen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel