Omgevingswet
Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De Omgevingswet bundelt wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Het doel van de Omgevingswet is om het omgevingsrecht en de dienstverlening voor de fysieke leefomgeving beter te laten aansluiten op de wensen vanuit de samenleving: eenvoudiger, efficiënter en beter. De Omgevingswet biedt een basis voor meer participatie en maatwerk. Bovendien ondersteunt en stimuleert de Omgevingswet duurzame ontwikkelingen.
De Aanvullingswet grondeigendom regelt de integratie van een aantal instrumenten van grondbeleid in de Omgevingswet. Het gaat om de instrumenten: voorkeursrecht, onteigening, landinrichting en kavelruil in het landelijk gebied. Daarnaast is een nieuw instrument toegevoegd, namelijk kavelruil in het stedelijk gebied.
Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV)
Bij het uitvoeren van grondbeleid zijn gemeenten gebonden aan de regels van het BBV. De gemeente is verplicht om zowel bij de begroting als bij de jaarrekening een paragraaf grondbeleid op te stellen. In het BBV is opgenomen dat er een commissie is met als taak zorg te dragen voor een eenduidige uitvoering en toepassing van het BBV. Mede naar aanleiding van de invoering van de Omgevingswet verscheen in december 2023 de ‘Notitie Grondbeleid in begroting en jaarstukken’ van de commissie BBV. De Notitie heeft drie doelen: (1) ervoor zorgen dat het BBV beter aansluit op de fiscale wetgeving, (2) eenduidigheid creëren in de manier waarop gemeenten provincies hun verslaglegging regelen en (3) het zoveel mogelijk beperken van risico’s bij het uitvoeren van grondbeleid. De Notitie bevat stellige uitspraken maar ook aanbevelingen. Met stellige uitspraken geeft de commissie BBV een interpretatie van de regelgeving die leidend is. Gemeenten zijn verplicht om deze stellige uitspraken op te volgen. De gemeente Neder-Betuwe handelt bij het uitvoeren en verantwoorden van haar grondbeleid dan ook conform de stellige uitspraken van de commissie BBV. Er kan ook voor worden gekozen om de aanbevelingen over te nemen.
Wet op de vennootschapsbelasting
Overheidsondernemingen zijn per 1 januari 2016 belastingplichtig geworden voor Vennootschapsbelasting (Vpb). Dit betekent dat wanneer de overheid optreedt als ondernemer en bij de uitvoering van deze taken structureel fiscale winst maakt, zij belastingplichtig kan zijn.