Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1

Vormen van grondbeleid

Onderdeel van Nota Grondbeleid

Er bestaan in de praktijk verschillende vormen van grondbeleid. In de literatuur wordt veelal onderscheid gemaakt tussen een tweetal hoofdvormen: actief en faciliterend grondbeleid. Bij actief grondbeleid treedt de gemeente op als private partij in de grondmarkt. Voor eigen rekening en risico voert de gemeente de grondexploitatie. De gemeente koopt grond en maakt deze technisch en juridisch (planologisch) bouwrijp. Bij faciliterend grondbeleid beperkt de gemeente zich in beginsel tot haar publiekrechtelijke taak. Zij zorgt voor planologische medewerking, maar derden (zoals ontwikkelaars of woningcorporaties) zijn verantwoordelijk voor de aankoop en ontwikkeling van de grond. Faciliterend grondbeleid wordt ook wel passief grondbeleid genoemd. De gemeente is hierbij wel verplicht haar kosten, zoals fysieke inrichtingskosten en plankosten, te verhalen op de initiatiefnemers. In onderstaande tabel staan kort samengevat de belangrijkste voor- en nadelen van actief en faciliterend grondbeleid opgenomen: Actief grondbeleid Passief grondbeleid Voordelen Veel invloed op planvorming Mogelijk positief rendement Geen investeringsrisico Geen vermenging van publiek en privaat Nadelen Investeringsrisico’s Vermenging van publiek en privaat Minder invloed op planvorming Geen rendement op investeringen Het verschil tussen actief en faciliterend grondbeleid is voornamelijk theoretisch; de twee zouden als uitersten gezien kunnen worden. Er zijn meerdere tussenvormen denkbaar. Zo kan de gemeente ook een stimulerende of regisserende rol aannemen, zonder direct een actief grondbeleid te hanteren. Dit wordt ook wel proactief faciliteren genoemd. Bij deze vorm heeft de gemeente minder een afwachtende rol, maar gaat actief op zoek naar manieren om marktpartijen te stimuleren een bepaalde ontwikkeling op te pakken. De gemeente is in dit geval actief bezig met het creëren van de juiste voorwaarden om de ontwikkeling mogelijk te maken. Een andere tussenvorm is samenwerken. Hiervoor kan worden gekozen wanneer blijkt dat een marktpartij een bepaalde ontwikkeling niet alleen kan of wil oppakken, en de gemeente niet als enige partij de actieve rol wenst te hebben. De gemeente werkt dan samen met partij(en) aan de ontwikkeling, bijvoorbeeld via Publiek Private Samenwerking (PPS). Het is van belang duidelijke afspraken te maken met (markt)partijen, en de regie en risico’s op een eerlijke manier te verdelen. Het voorkomen van ongeoorloofde staatssteun is daarbij een belangrijk aandachtspunt. In de literatuur worden over het algemeen een drietal PPS-modellen onderscheiden: Bouwclaimmodel: de marktpartijen verkopen de door hun verworven gronden tegen een vaste prijs aan de gemeente onder de voorwaarde dat zij na de gemeentelijke grondexploitatie een bepaald aantal bouwkavels kan verwerven tegen de op dat moment geldende marktwaarde. Joint-venture model: bij dit model worden de werkzaamheden en risico’s gedeeld tussen de gemeente en de marktpartijen. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen een sterke variant waarbij de gemeente en de marktpartijen samen een juridische entiteit oprichten (veelal een Grondexploitatiemaatschappij (GEM)) en een zwakke variant waarbij geen juridische entiteit wordt opgericht maar een projectorganisatie op basis van een samenwerkingsovereenkomst. Wanneer een GEM wordt opgericht, wordt het economisch eigendom van de gronden veelal overgedragen aan de GEM. Concessiemodel: de marktpartijen krijgen de beschikking over de gronden door deze te verwerven van de oorspronkelijke eigenaren en/of de gemeente. De gemeente beperkt zich bij het ontwikkelen van een plangebied tot het vaststellen van een programma van eisen waaraan de marktpartijen zijn gebonden. De ontwikkeling komt volledig voor eigen rekening en risico van de marktpartijen. Gemeenten kunnen ook per situatie kijken welk type grondbeleid het meest geschikt is: actief, faciliterend of samenwerkend grondbeleid. Dit wordt ook wel dynamisch grondbeleid genoemd. De keuze is afhankelijk van verschillende factoren.

Rechtspraak bij dit artikel