Naar hoofdinhoud

Artikel 12.

Regels voor pgb

Onderdeel van Verordening Hart voor de Jeugd Opsterland 2025

1.. Een pgb wordt verstrekt door het college op basis van een pgb-plan waarin minimaal de volgende onderdelen zijn benoemd: een probleemanalyse; de motivatie door jeugdige of de ouder(s) waarom een individuele voorziening in de vorm van ZIN niet past; eigen kracht bij eigen inzet van de ouder(s) en het netwerk of de familie; de bedoelde resultaten van de hulpverlening en ondersteuning; waar en hoe de budgethouder de hulp en ondersteuning zal inkopen; hoe de kwaliteit van de hulp en ondersteuning verzekerd is; de verwachte dan wel gewenste omvang en duur van de ondersteuning, en; een begroting. 2.. In het kader van pgb maakt het college onderscheid tussen formele en informele hulp: Van formele hulp is sprake als de hulp wordt verleend door: personen die werkzaam zijn bij een instelling en die voor het uitvoeren van de pgb taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (volgens artikel 5 Handelsregisterwet 2007), en die relevante diploma’s hebben die nodig zijn voor het doen van hun taken, of; personen die een Zelfstandige zonder personeel zijn. Daarnaast moeten ze voor het uitvoeren van de pgb taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (volgens artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor het uitoefenen van de taken, of; personen die ingeschreven staan in het register, zoals bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG-register) of artikel 5.2.1 van het Besluit Jeugdwet voor het uitvoeren van jeugdhulp. Als de jeugdhulp geboden wordt door het sociaal netwerk van de budgethouder, is altijd sprake van informele hulp. Als de hulp wordt verleend door een andere persoon dan beschreven in artikel 12 het tweede lid onderdeel a van deze verordening, is sprake van informele hulp. Dit geldt ook voor een beroepskracht die niet voldoet aan de gestelde eisen. 3.. Het college verstrekt geen pgb informele hulp voor: een GGZ- behandeling; specifieke begeleiding; zware dagondersteuning of wonen; crisishulp (spoedeisende jeugdhulp); pleegzorg; jeugdbescherming en jeugdreclassering. 4.. Het college kan nadere regels vaststellen over de aan het pgb verbonden voorwaarden en verplichtingen. 5.. De hoogte van het pgb-tarief: is afgestemd op een door de jeugdige of de ouder(s) opgesteld pgb-plan over hoe zij het pgb gaan besteden; is toereikend om effectieve en kwalitatief goede zorg in te kopen. 6.. De volgende vormen van pgb zijn beschikbaar: Begeleiding (inclusief persoonlijke verzorging); Specialistische begeleiding; Dagbesteding; Logeren; Vervoer. 7.. De tarieven voor het pgb jeugd voor formele hulp zijn gebaseerd op de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) pgb-tarieven, dit is 90% van de ZIN tarieven (Wmo). Deze worden jaarlijks vastgesteld door het college. De tarieven zijn berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatieve goede diensten en zorg in te kopen. 8.. Het pgb-tarief voor informele ondersteuning bedraagt maximaal het uurloon van de passende loonschaal uit de geldende CAO Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg (VVT) (hoogste periodiek, inclusief vakantietoeslag en tegenwaarde van verlofuren). 9.. Het pgb-tarief bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in deze situatie goedkoopste individuele voorziening op basis van ZIN van de gemeente Opsterland. 10.. Het pgb-budget is niet bedoeld voor de volgende kosten: kosten voor bemiddeling, coördinatie, tussenpersonen of belangenbehartigers; kosten voor de uitvoering van taken die horen bij budgetbeheer; reiskosten van de hulpverlener; bijkomende zorgkosten zoals opleiding, maaltijden en entreegelden; kosten ten behoeve van een feestdaguitkering en een eenmalige uitkering. 11.. In afwijking van artikel 12 het tiende lid onderdeel c van deze verordening kan een deel van het pgb-budget worden aangewend voor reiskosten. Dit is slechts mogelijk met toestemming van het college en als dit niet ten koste gaat van het budget wat noodzakelijk is voor de jeugdhulp zelf. 12.. Als een budgethouder vaste afspraken heeft met een zorgverlener of zorginstelling, kan een betaling van een vast bedrag per maand worden afgesproken. 13.. Het college mag een pgb weigeren als het pgb wordt beheerd door dezelfde persoon als wie de hulp gaat bieden. 14.. Onverminderd artikel 8.1.1, van de wet geeft het college geen pgb uit voor zover de aanvraag gaat over kosten die de jeugdige of de ouder(s) voor het indienen van de aanvraag hebben gemaakt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel