De tweede voorwaarde betreft de motivering door de hulpvrager. Voor de Jeugdwet moet de hulpvrager motiveren dat het bestaande aanbod van ZIN van de gemeente niet passend is en dat de hulpvrager gebruik wenst te maken van een pgb. Uit de argumentatie moet duidelijk worden dat de hulpvrager zich voldoende heeft georiënteerd op de voorziening in ZIN. Wanneer een persoon de onderbouwing in redelijkheid heeft beargumenteerd, is dit toereikend en wordt aan deze eis voldaan.
HOOFDSTUK 4: › Paragraaf 4.2
Artikel 4.2.2
Keuze voor pgb motiveren
Onderdeel van Beleidsregels Hart voor de Jeugd Gemeente Opsterland 2025