Op de op grond van artikel 5, eerste lid aangewezen plaatsen mag een
woonschip ligplaats innemen en hebben, mits de eigenaar van het
woonschip beschikt over een vergunning van burgemeester en
wethouders.
Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag voor een
ligplaatsvergunning binnen acht weken na de dag, waarop de aanvraag
in behandeling is genomen.
De beslissing op de aanvraag als bedoeld onder lid 2 kan voor ten
hoogste acht weken worden verdaagd.
Een ligplaats wordt geweigerd indien:
voor de ligplaats al vergunning is verleend;
het woonschip langer, breder, hoger of dieper is dan
aangegeven op het ligplaat-senoverzicht en bijbehorende
tekening, die als bijlage bij deze verordening zijn
gevoegd;
het woonschip belemmeringen kan veroorzaken aan het verkeer
te water of te land;
het uiterlijk van het woonschip afbreuk doet aan het aanzien
van de gemeente;
het woonschip niet voldoet aan de eisen van veiligheid,
gezondheid en bewoonbaarheid ("Eisenbesluit woonschepen"),
zoals deze door burgemeester en wethouders zijn
vastgesteld;
het niet aannemelijk is dat de aanvrager binnen 12 weken na
het indienen van de aanvraag met het woonschip de plaats
waarvoor de ligplaatsvergunning is aangevraagd, kan
innemen;
de aanvraag niet in overeenstemming is met de door
burgemeester en wethouders gestelde regels op het gebied van
de bijbehorende voorzieningen.
Omtrent het voldoen aan de bepalingen aan het "Eisenbesluit
woonschepen" als bedoeld onder sub 4 onder e kunnen burgemeester en
wethouders terzake advies inwinnen van de Welstandscommissie.
De ligplaatsvergunning wordt gesteld op naam van de eigenaar van het
woonschip en vermeldt de plaatsaanduiding van de desbetreffende
ligplaats, de bijbehorende voorzieningen en de kenmerken van het
woonschip.