Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Ligplaatsvergunning

Onderdeel van Woonschepenverordening 1997

Op de op grond van artikel 5, eerste lid aangewezen plaatsen mag een woonschip ligplaats innemen en hebben, mits de eigenaar van het woonschip beschikt over een vergunning van burgemeester en wethouders. Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag voor een ligplaatsvergunning binnen acht weken na de dag, waarop de aanvraag in behandeling is genomen. De beslissing op de aanvraag als bedoeld onder lid 2 kan voor ten hoogste acht weken worden verdaagd. Een ligplaats wordt geweigerd indien: voor de ligplaats al vergunning is verleend; het woonschip langer, breder, hoger of dieper is dan aangegeven op het ligplaat-senoverzicht en bijbehorende tekening, die als bijlage bij deze verordening zijn gevoegd; het woonschip belemmeringen kan veroorzaken aan het verkeer te water of te land; het uiterlijk van het woonschip afbreuk doet aan het aanzien van de gemeente; het woonschip niet voldoet aan de eisen van veiligheid, gezondheid en bewoonbaarheid ("Eisenbesluit woonschepen"), zoals deze door burgemeester en wethouders zijn vastgesteld; het niet aannemelijk is dat de aanvrager binnen 12 weken na het indienen van de aanvraag met het woonschip de plaats waarvoor de ligplaatsvergunning is aangevraagd, kan innemen; de aanvraag niet in overeenstemming is met de door burgemeester en wethouders gestelde regels op het gebied van de bijbehorende voorzieningen. Omtrent het voldoen aan de bepalingen aan het "Eisenbesluit woonschepen" als bedoeld onder sub 4 onder e kunnen burgemeester en wethouders terzake advies inwinnen van de Welstandscommissie. De ligplaatsvergunning wordt gesteld op naam van de eigenaar van het woonschip en vermeldt de plaatsaanduiding van de desbetreffende ligplaats, de bijbehorende voorzieningen en de kenmerken van het woonschip.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel