Naar hoofdinhoud
1.. Alle begrippen die in deze beleidsregel worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet (Pw), het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). 2.. In deze beleidsregel wordt verstaan onder: de wet: Participatiewet; college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lopik; gezin: gehuwden en samenwonenden die volgens de Wet op de Inkomstenbelasting en de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) als fiscaal partner en toeslagpartner worden aangemerkt en waarvan: één van de partners een inkomen heeft en de andere partner geen of slechts een heel laag inkomen heeft; de minstverdienende partner geboren is na 1962 die vanwege de afbouw van de algemene heffingskorting minstverdienende partner niet in aanmerking komt voor de algemene heffingskorting minstverdienende partner; toeslagen: hieronder wordt verstaan huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget; Dienst Toeslagen: uitvoeringsorgaan van de wetten en regelingen rondom de huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget. Voorheen de Belastingdienst/ Toeslagen; toeslagenjaar: het kalenderjaar waarin de aanvrager recht heeft op toeslagen van de Dienst Toeslagen; toetsingsinkomen: bij een aangifte Inkomstenbelasting met definitieve vaststelling door de Belastingdienst, is het toetsingsinkomen gelijk aan het verzamelinkomen uit de definitieve aanslag Inkomstenbelasting; als er nog geen definitieve vaststelling Inkomstenbelasting door de Belastingdienst is, of er is geen aangifte Inkomstenbelasting gedaan, is het toetsingsinkomen gelijk aan het belastbaar loon blijkend uit de jaaropgaven en/of inkomensspecificaties; belastbaar loon: hieronder wordt ook verstaan: ‘bedrag of loon voor de loonheffingen (LH of LB)’, of ‘fiscaal loon’; bestaansminimum: inkomen ter hoogte van de toepasselijke bijstandsnorm plus maximale toeslagen;

Rechtspraak bij dit artikel