Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Hoogte van het bedrag en wijze van uitbetaling

Onderdeel van Beleidsregel bijzondere bijstand alleenverdienersproblematiek WIL - Lopik

1.. De hoogte van de individuele bijzondere bijstand alleenverdienersproblematiek wordt voor de toeslagenjaren 2022, 2023 en 2024 als volgt bepaald: 2.. het verschil tussen het bedrag aan toeslagen waarop een gezin met uitsluitend algemene periodieke bijstand in een toeslagenjaar recht heeft, en het bedrag aan toeslagen waarop het gezin volgens de beschikking van de Dienst Toeslagen recht heeft, tot aan het bestaansminimum. 3.. Voor de berekening van het recht op bijzondere bijstand als bedoeld in lid 1 wordt gebruik gemaakt van de Proefberekening Dienst Toeslagen. Bij de te maken vergelijking tussen de aan aanvrager feitelijk toegekende toeslagen met die van een gezin wat in een toeslagenjaar uitsluitend algemene bijstand (heeft) ontvang(t)en, wordt bij de uitvraag van het toetsingsinkomen in de Proefberekening uitgegaan van het toetsingsinkomen voor een vergelijkbaar bijstandsgezin. Als er in een toetsingsjaar per 1 januari en/of 1 juli sprake is van medebewoners vanaf 27 jaar wordt uitgegaan van het belastbaar jaarinkomen rekening houdend met kostendelersnorm zoals bedoeld in artikel 22a van de wet. 4.. De bijzondere bijstand waarop recht bestaat wordt als één bedrag toegekend en uitgekeerd, ook als dit meerdere jaren betreft. 5.. In geval er sprake is van een situatie waarbij het gezin uit elkaar is gaan, wordt de bijzondere bijstand waarop beide ex-fiscaal partners in dat betreffende toeslagenjaar gezamenlijk recht hebben, voor 50% uitbetaald aan ieder van hen. Als de (ex)partner overleden is, krijgt de aanvrager 100% uitgekeerd.

Rechtspraak bij dit artikel