Naar hoofdinhoud

Artikel 8.

Werkwijze bij de advisering

Onderdeel van Reglement van orde van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Asten 2024

1.. De commissie regelt zelf haar wijze van werken, zulks met inachtneming van de bepalingen van de verordening en in dit reglement. 2.. Voor wat betreft de taken die op basis van de verordening in ieder geval vallen onder artikel 2, derde lid, onder a, onderdelen 1° tot en met 3° volgt de commissie bij welstandsadvisering de welstandscriteria zoals opgenomen in het omgevingsplan dan/wel het omgevingsplan van rechtswege (bruidschat), c.q. de aanwijzingen van de welstandsnota en beeldkwaliteitsplannen. Zij adviseert op basis van daarin genoemde welstandscriteria en aangegeven welstandsniveaus. 3.. Voor wat betreft de taken die op basis van de verordening vallen onder artikel 2, derde lid, onder a, onderdelen 1° en 2° houdt de commissie bij de advisering over monumenten tevens rekening met het plaatsingsbesluit en de in de betreffende redengevende beschrijving genoemde waarden van het betrokken object. Indien aanwezig wordt tevens rekening gehouden met het uitgevoerde waardestellend onderzoek, bouwhistorisch onderzoek of vergelijkbaar. 4.. Voor wat betreft de taken die op basis van de verordening vallen onder artikel 2, derde lid, onder a, onderdeel 3° en het betreft hierbij zaken met cultuurhistorische waarden, zoals opgenomen in het (van rechtswege geldende) omgevingsplan houdt de commissie bij haar advisering tevens rekening met de omschreven waarden uit de toelichting van het (van rechtswege) geldende omgevingsplan en/of de omschrijving uit de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord Brabant. Zodra de gemeente beschikt over een gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart wordt rekening gehouden met de hier omschreven waarden. 5.. Voor wat betreft de zaken die vallen onder artikel 2, derde lid, onder a, onderdeel 4° en het derde lid, onder c tot en met h, houdt de commissie zover van toepassing rekening met de welstandscriteria, zoals opgenomen in het omgevingsplan dan/wel het omgevingsplan van rechtswege (bruidsschat), c.q. de aanwijzingen van de welstandsnota en beeldkwaliteitsplannen als ook andere van toepassing zijnde beleidskaders waaronder de omgevingsvisie. 6.. De commissie volgt deze werkwijze tot het moment van vaststelling van een nieuwe werkwijze in verband met het opnemen van welstands- of erfgoedregels in nieuw vast te stellen (delen van) het omgevingsplan. 7.. De commissie vergadert normaliter eenmaal per veertien dagen en tenminste eenmaal per 21 dagen of zo dikwijls het college, dan wel de voorzitter dit nodig oordelen. 8.. Op voorstel van de secretaris kan de besluitvorming over zaken plaatsvinden door toezending van een voorstel aan de leden, die daarover schriftelijk hun mening kenbaar kunnen maken, eventueel na digitaal beraad. 9.. De commissie kan zich overeenkomstig artikel 10 van de verordening laten bijstaan door aangewezen ambtenaren of extra adviseurs. Hun deskundigheid wordt gehoord, maar zij hebben geen stemrecht. Inzet van een extra adviseur gebeurt in samenspraak met de betrokken casemanager en/of ambtelijk voorbereider. 10.. De commissie draagt zorg voor consistente beoordelingen in de verschillende planfasen. Preadviezen worden opgenomen in het dossier. De commissie geeft aan in welke fase en op basis van welke criteria en niveau het plan werd beoordeeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel