De voorzitter zendt tenminste elf dagen voor een vergadering de leden een
schriftelijke oproep onder vermelding van de dag, het tijdstip en de plaats van de
vergadering.
De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in
artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken, worden
tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de leden verzonden.
Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 13, tweede
lid, worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen of onderwerpen zo spoedig
mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden
gezonden.