Na de opening van de vergadering kunnen andere aanwezige burgers gezamenlijk
gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over geagendeerde onderwerpen.
Het woord kan niet gevoerd worden over:
een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of
heeft opengestaan;
benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;
een gedraging waarover een klacht ex artikel 9: I van de Algemene wet
bestuursrecht kan of kon worden ingediend.
Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk de dag
voor de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en
telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren.
De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van
de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering.
Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de
totale spreektijd van 30 minuten evenredig over de sprekers als er meer dan zes
sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de
maximale lengte van de spreektijd.
De spreker voert het woord. nadat de voorzitter het geagendeerde onderwerp aan de
orde heeft gesteld. De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling
van de inbreng van de burger.