Ben spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: a. de voorzitter het
nodig oordeelt hem aan het opvolgen van deze verordening te herinneren; b. een lid
hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere
interrupties zijn betoog zal afronden.
Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft,
afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk
interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter
tot de orde geroepen. Indien de spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter
hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige
onderwerp het woord ontzeggen.
De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te
bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord -
de vergadering sluiten.
De voorzitter kan een raadscommissie voorstellen aan een lid dat door zijn
gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de
vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming
daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem
verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste
drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.