De zittingsperiode van een lid , de voorzitter en hun plaatsvervangers eindigt in
ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad.
Ben lid en zijn plaatsvervanger houden op lid te zijn van een raadscommissie
indien zij niet meer voldoen aan de in artikel 4, vierde lid, gestelde eisen.
De raad kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens voordracht het
lid is benoemd.
De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan.
Een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers kunnen te allen tijde ontslag
nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een
maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is
benoemd.
Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo
spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming van artikel 4 en 5
.
Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de
raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van het
lid dat op voordracht van die fractie is benoemd, van rechtswege.