1. De toezichthouder onderzoekt na een aanvraag als bedoeld in artikel 2.2,
eerste lid van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen
binnen 10 weken of de instandhouding redelijkerwijs zal plaatsvinden in
overeenstemming met de voorschriften uit deze verordening.
2. De toezichthouder onderzoekt jaarlijks of de exploitatie van een
peuterspeelzaal plaatsvindt in overeenstemming met de voorschriften uit deze
verordening.
3. Naast het onderzoek, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan de
toezichthouder incidenteel onderzoek verrichten naar de naleving van de bij
deze verordening gestelde voorschriften.
Artikel 5
Onderzoek door de toezichthouder
Onderdeel van Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Terschelling