1. Op aanvraag wordt de wethouder voor de uitoefening van zijn ambt
een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking gesteld die mede
gebruikt mag worden voor privé doeleinden.
2. De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de
gemeente.
3. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst
vast.
4. Op de netto bezoldiging dan wel de netto onkostenvergoeding van
de wethouder die de mobiele telefoon voor meer dan 10% mede gebruikt
voor privé doeleinden, wordt een bedrag ingehouden dat gelijk is aan
het bedrag dat op grond van de artikelen 38 respectievelijk 39 van
de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 tot het loon wordt
gerekend.
Afdeling 1 › Hoofdstuk III
Artikel 19
Mobiele telefoon
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2006