1. De vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een
commissie en haar subcommissies bedoeld in artikel 14 van het
Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is gelijk aan het door
de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor
gemeenteklasse 5 vastgestelde maximum.
2. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene
die als lid van een commissie een vaste vergoeding voor de
werkzaamheden als bedoeld in artikel 96 van de Gemeentewet
ontvangt.
3. Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een
commissie
a. als raadslid of wethouder;
b. uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een
ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel van een functie bij
een instelling die grotendeels van overheidswege wordt
gesubsidieerd;
c. als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling,
organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de commissie
tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang dient.
Afdeling 1 › Hoofdstuk IV
Artikel 23
Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2006