1. De vergoeding voor aan de uitoefening van het raadslidmaatschap
verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 5,
vermeld in tabel II van het Rechtspositiebesluit raads- en
commissieleden.
2. Ten aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding
ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de
loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als
dienstbetrekking wordt aangemerkt, is in afwijking van het eerste
lid de onkostenvergoeding gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse
5, vermeld in tabel III van het Rechtspositiebesluit raads- en
commissieleden
Afdeling 1 › Hoofdstuk II
Artikel 3
Onkostenvergoeding
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2006