** 1. .** De burgemeester kan ter bescherming van de openbare orde en veiligheid de sluiting bevelen van een openbare inrichting indien daar:
door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard of verbogen zijn dan wel verworven of overgedragen;
discriminatie heeft plaatsgevonden op grond van ras, geslacht, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook;
wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie aanwezig zijn waarvoor geen ontheffing, vergunning of verlof is verleend;
zich andere feiten en omstandigheden hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het geopend blijven van de openbare inrichting ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde.
** 2. .** De burgemeester kan de sluiting bevelen van een openbare inrichting indien:
de exploitant of beheerder handelt in strijd met het bepaalde in de artikel 2:28, eerste lid, of 2:28b onder sub a en b;
de exploitant of beheerder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;
de exploitatie in strijd is met een geldend Omgevingsplan, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.
** 3. .** De burgemeester trekt het sluitingsbevel in als naar zijn oordeel de in het eerste lid genoemde belangen voortzetting van de sluiting niet langer vereisen;
** 4. .** De burgemeester draagt zorgt voor het aanbrengen van het bevel tot sluiting bij de toegang van de openbare inrichting of in de directe nabijheid daarvan;
** 5. .** De rechthebbende laat toe dat een afschrift van het sluitingsbevel wordt aangebracht.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 4.
Artikel 2:28c
Artikel 2:28c
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2024 (APV)