Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Bestrijding van de iepenziekte

Onderdeel van Bomenverordening Terschelling 2010

1. Dit artikel verstaat onder:a) iepenziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.)Nannf. (syn. Ceratocystïs ulmi {Buism.) C. Moreau);b) iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scolytus muitistratus (Marsen) en Scolytus pygmaeus. 2. Indien zich op een terrein één of meer iepen bevinden die naar het oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren van verspreiding van de iepenziekte of voor vermeerdering van de iepenspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het bevoegd gezag is aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen termijn:a) indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;b) de iepen ter plaatse te ontbasten en de bast te vernietigen;c) de niet ontbaste iepen of delen daarvan te vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepenziekte wordt voorkomen. 3. Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren. 4. Het verbod, bedoeld onder lid 3, is niet van toepassing op geheel ontbast iepenhout en op iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4 centimeter. 5. Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het onder lid 3 gestelde verbod. 6. Het niet voldoen aan de aanschrijving bedoeld in lid 2, biedt een basis voor de toepassing van bestuursdwang, waarbij de noodzakelijke werkzaamheden, voor risico en voor rekening van aangeschrevene, door of namens de gemeente kunnen worden verricht.

Rechtspraak bij dit artikel