1 Alvorens over te gaan tot vordering voeren burgemeester en
wethouders overleg met het bevoegd gezag.
2 In dat overleg komt in ieder geval aan de orde:
a. voor welke activiteit of activiteiten gevorderd wordt;
b. of die activiteit of activiteiten zich verdragen met het
onderwijs aan de in het gebouw gevestigde school;
c. welke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn om te voorkomen
dat het onderwijs aan de in het gebouwgevestigde school hinder
van het medegebruik ondervindt;
d. wat naar de mening van burgemeester en wethouders en het
bevoegd gezag een redelijke vergoeding voor hetmedegebruik
is;
e. de datum waarop het medegebruik redelijkerwijs een aanvang
kan nemen.
3 Binnen vier weken na afloop van het overleg doen burgemeester
en wethouders schriftelijk mededeling van de vorderingaan het
bevoegd gezag. Indien het overleg zoals bedoeld in het eerste
lid heeft geleid tot afspraken, bevat de mededeling in ieder
geval die afspraken. Voorzover het overleg niet tot
overeenstemming heeft geleid, bevat de mededeling de beslissing
van burgemeester en wethouders over de punten waarover geen
overeenstemming bestond. Indien het bevoegd gezag in het overleg
te kennen heeft gegeven geen bezwaar te hebben tegen de
vordering, kan van de schriftelijke mededeling als hier bedoeld
worden afgezien.
Afdeling 1 › Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.2
Artikel 35
Overleg en mededeling
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs