1De omvang van het door de gemeente bekostigde gebruik van een
gymnastiekruimte door een school voor basisonderwijs en (voortgezet)
speciaal onderwijs is gebaseerd op het aantal klokuren per week
waarin volgens het activiteitenplan door de school de
gymnastiekruimte wordt gebruikt.Voor een school voor basisonderwijs
wordt het maximaal aantal klokuren dat voor vergoeding in aanmerking
komt vastgesteld volgens het bepaalde in bijlage III, deel B en
bedraagt ten hoogste 1,5 klokuur per week per groep 6 12 jarige
leerlingen.Voor een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs
wordt het maximaal aantal klokuren dat voor vergoeding in aanmerking
komt vastgesteld volgens het bepaalde in bijlage III, deel B, en
bedraagt ten hoogste 3,75 klokuur per week per groep leerlingen
jonger dan zes jaar indien de school niet de beschikking heeft over
een speellokaal en ten hoogste 2,25 klokuur per groep leerlingen van
zes jaar en ouder.
2 Het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden
school voor primair onderwijs dat eigenaar is van een
gymnastiekruimte ontvangt jaarlijks een vergoeding. De hoogte van de
vergoeding wordt vastgesteld volgens het bepaalde in bijlage IV,
deel A, op basis van de door het betreffende bevoegd gezag ingevolge
artikel 5, derde lid, onder 5°, verstrekte gegevens. Het maximaal
aantal voor vergoeding in aanmerking komende klokuren wordt op grond
van het eerste lid vastgesteld. Wanneer er sprake is van medegebruik
van de gymnastiekruimte door een of meer andere scholen voor primair
onderwijs wordt voor de bepaling van de hoogte van de vergoeding het
aantal klokuren getotaliseerd.
3 Burgemeester en wethouders keren de ingevolge het tweede lid
vastgestelde jaarlijkse vergoeding in driemaandelijkse termijnen uit
aan het bevoegd gezag als bedoeld in het tweede lid, waarbij de
eerste termijn aanvangt aan het begin van het schooljaar.
Afdeling 1 › Hoofdstuk 7
Artikel 38
Omvang en vergoeding gebruik
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs