Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Voorwaarden voor vergoeding

Onderdeel van Regeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie Houten

Om in aanmerking te kunnen komen voor de vergoeding van de gemeente Houten dienen ouders van de peuter te kiezen voor een aanbieder die minimaal voldoet aan de volgende eisen: Registratie in het LRK, ook van het VVE-aanbod; Op de kwaliteit van de peuteropvang: wordt toegezien door de GGD die op de hoogte wordt gesteld van de aanvullende gemeentelijk kwaliteitscriteria; voert de Inspectie voor het Onderwijs op locatie inspectie uit over het aangeboden. Voor Artikel 3.2 a en b geldt dat het toezicht positief wordt beoordeeld Eventuele door 3.2 a of b aangegeven verbeterpunten worden door de aanbieder aantoonbaar en per omgaande opgepakt. Als niet aan i en ii wordt voldaan, heeft dit gevolgen voor de financiële vergoeding vanuit de gemeente. Kwaliteitscriteria waaraan een voorschoolse voorziening met peuterplaatsen met gemeentelijke vergoeding moet voldoen zijn: Alle peuters op de groep wordt op hetzelfde moment een educatief programma aangeboden. Het programma wordt niet tijdens een slaapmoment aangeboden. De peutergroep heeft gekwalificeerde beroepskrachten, conform de BKR, op minimaal mbo3- niveau, die beschikken over het taalniveau 3F. De organisatie beschrijft in het beleidsplan de wijze waarop: de organisatie investeert in het permanent leren van personeel en bevat daarbij de investering in tijd; pedagogisch medewerkers met regelmaat worden bijgeschoold en daarnaast de mogelijkheid krijgen continu te leren en reflecteren op de eigen praktijk; de organisatie investeert in oudersamenwerking. De organisatie stelt een voorleesbeleid op waarin staat beschreven op welke wijze er wordt ingezet op leesbevordering en taalontwikkeling en de organisatie: investeert in een positief voorleesklimaat op de groep; betrekt de ouders actief bij het voorleesbeleid betrekt; samenwerkt met de bibliotheek bij het stimuleren van ouders bij het thuis voorlezen. Bij gesignaleerde laaggeletterdheid van ouders worden ouders door de peuteropvang in contact gebracht met het Taalhuis van Houten. Pedagogisch medewerkers werken ontwikkelingsgericht en signaleren vroegtijdig bij opvoed- en ondersteuningsvragen. Bij zorgvragen initieert de voorschoolse voorziening een multidisciplinair overleg (MDO) waarbij de Stichting Sociaal Team Houten of de GGDrU jeugdgezondheidszorg altijd wordt betrokken. Bij een vermoeden van kindermishandeling moeten kinderopvangorganisaties en hun medewerkers verplicht starten met de meldcode, het zogenaamde "Protocol 'kindermishandeling en grensoverschrijdend gedrag' voor de kinderopvang". De voorschoolse voorziening werkt samen met de basisschool in een doorgaande lijn. De ontwikkeling van de peuter houdt de voorschoolse voorziening bij met een volgsysteem dat bij voorkeur goed aansluit op het volgsysteem van het onderwijs. Bij een peuter met een specifieke zorg- of ondersteuningsvraag legt de pedagogisch medewerker ongeveer vier en minimaal drie maanden voorafgaand aan hun vierde verjaardag contact met school. Hierbij investeren ouders, peuteropvang en school in een warme ('face-to-face') overdracht. Kwaliteitscriteria waaraan voorschoolse voorziening met een VVE peutergroep moet voldoen zijn: Het gemengde groepen zijn met als uitgangspunt dat er bij voorkeur minder VVE peuters dan reguliere peuters in een groep zitten. Waar haalbaar bestaat de groep uit maximaal 1/3de VVE peuters t.o.v. 2/3de peuters zonder VVE indicatie. Pedagogisch medewerkers zijn geschooid in het door hei NJI gecertificeerde VVE­ programma2https://www.nji.nl/nl/Kennis/Dossler/Programmas-voor-voor-en-vroegschoolse-educatie waarmee wordt gewerkt. De hoofdtaak van de pedagogisch medewerkers is zorgen voor de emotionele veiligheid, het VVE programma begeleiden en ontwikkelingsgericht werken met peuters Vanaf 1 januari 2022 dient de aanbieder voor de verhoging van de kwaliteit van de voorschoolse educatie (VE) een pedagogisch beleidsmedewerker in te zetten op hbo werk- en denkniveau. Deze pedagogisch beleidsmedewerker richt zich op de ontwikkeling en implementatie van het beleid of de coaching van beroepskrachten Voorschoolse Educatie. De aanbieder moet in het beleidsplan aangeven op welke wijze de rol van de pedagogisch beleidsmedewerker Voorschoolse Educatie wordt ingevuld en hoe dit bijdraagt aan de kwaliteit van de Voorschoolse Educatie. De voorschoolse voorziening werkt samen met de bibliotheek bij het stimuleren van VVE-ouders bij het thuis voorlezen vanuit programma's als de Voorleesexpress, Boekstart in de kinderopvang en het project digitale prentenboeken in de kinderopvang. Het VVE-ouderprogramma gericht op opvoeden wordt in samenwerking met lokale partners zoals de GGD, CJG, bibliotheek en het onderwijs vormgegeven Er is altijd een warme ('face-to-face') overdracht van VVE-peuters naar het basisonderwijs. Het hiervoor gebruikte observatieformulier wordt ten minste drie maanden voor de start van de basisschool doorgesproken met de intern begeleider. Ingezet wordt op een 100% bereik van VVE-peuters. De VE aanbieder houdt de lijst met GGDrU aanmeldingen (indicaties) bij, zodat overzicht blijft op het bereik van de VE kinderen en in samenwerking met de GGDrU mogelijk acties ondernomen kunnen worden. Samen met het primair onderwijs zorgt de voorschoolse voorziening dat resultaatafspraken worden nagekomen.

Rechtspraak bij dit artikel