Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Aanwijzing inzamelmiddelen- en voorzieningen

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Uithoorn 2025

1.. Op grond van artikel 7, 8 en 10 van de verordening wordt als inzamelmiddel voor de laagbouw (grondgebonden woningen) aangewezen een minicontainer van 240 liter en voor gestapelde bouw een verzamelcontainer, voor de gescheiden inzameling van: groente-, fruit- , tuinafval en etensresten (bioafval) oud papier en karton (OPK) plastic- en metalen verpakkingen en drankenkartons (PMD) 2.. Op grond van artikel 7, 8 en 10 van de verordening wordt als inzamelvoorziening aangewezen een verzamelcontainer voor de gescheiden inzameling van: textiel glas: verpakkingsglas fijn huishoudelijk restafval: de verzamelcontainer voor restafval kan alleen met een afvalpas worden geopend. 3.. Als uitzondering op lid 2 sub f wordt voor percelen verder dan 200 meter verwijderd van een inzamelvoorziening (hierna te noemen ‘lintbebouwing’), als inzamelmiddel aangewezen een minicontainer voor de gescheiden inzameling van huishoudelijk restafval. 4.. Op grond van artikel 7, 8 en 10 van de verordening wordt als inzamelvoorziening aangewezen een tuingroendepot voor de gescheiden inzameling van grof tuinafval: plantaardig of organisch afval vrijkomend bij de aanleg, het onderhoud of verwijdering van particulier groen, zoals (grof) loofafval, snoeihout of bladeren, met uitzondering van bielzen, tuinhekken en tuinschuttingen; 5.. Op grond van artikel 7, 8 en 10 van de verordening wordt als inzamelvoorziening aangewezen een bladkorf voor de gescheiden inzameling van bladafval: bladeren afkomstig van particuliere bomen en van gemeentelijke bomen. 6.. Voor alle onder artikel 4 van dit Uitvoeringsbesluit genoemde categorieën huishoudelijke afvalstoffen die op het Scheidingsdepot kunnen worden aangeboden in de daartoe bestemde containers of stortvakken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel