Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.3

Nadere uitwerking woonbehoefteonderzoek

Onderdeel van Woonwagen- en standplaatsenbeleid Tilburg

Omdat het regionaal woonbehoefteonderzoek, vanwege de lage respons, onvoldoende inzicht geeft in de woonbehoefte in Tilburg, is een nadere analyse uitgevoerd op de lijst met inschrijvingen van standplaatszoekenden voor de gemeente Tilburg. Inschrijvingen WIZ Met ingang van 1 januari 2024 is Woning in Zicht het inschrijfpunt voor standplaatszoekenden. Voorheen werd de wachtlijst voor een woonwagenstandplaats in Tilburg door de beheerorganisatie van de corporatie bijgehouden. 47 personen hebben gereageerd op een (herinnerings)brief en toestemming gegeven voor overschrijving naar WIZ. Door dubbele inschrijvingen, voorkeur voor een andere gemeente en door personen die een standplaats achter laten komt het aantal unieke standplaatszoekenden op 42 personen (47-5). Het aantal van 42 personen is geen vast cijfer. In de loop der tijd schrijven nieuwe standplaatsenzoekenden zich in, vindt men een standplaats waardoor de inschrijving vervalt of schrijft men zich uit. Hierdoor muteert het aantal standplaatszoekenden. Doelgroep standplaatszoekenden Het aandeel standplaatszoekenden dat tot de inkomensgroep voor de sociale huursector (huurtoeslaggrens) behoort, is niet bekend. Dit omdat zowel de gemeente als de woningcorporatie niet over de inkomensgegevens van de standplaatszoekenden beschikken. Verondersteld wordt dat de standplaatszoekenden met name tot de doelgroep voor de sociale huursector behoren. Redelijke termijn kans op standplaats De overheid c.q. gemeente heeft volgens het Europees recht en het landelijk beleidskader een inspanningsverplichting om te voorzien in adequate huisvesting, waarbij rekening wordt gehouden met de (erkende) specifieke wooncultuur van woonwagenbewoners. Verder staat in het landelijk beleidskader dat een woningzoekende woonwagenbewoner die dit wenst, binnen een redelijke termijn kans heeft op een standplaats. Deze redelijke termijn wordt gerelateerd aan de wacht- en zoektijden voor een sociale huurwoning. Kijkende naar de huidige wachttijd (inschrijfduur) voor een sociale huurwoning in het inschrijfmodel in Woning in Zicht is dit 9,1 jaar (peildatum 27-03-2024). De actieve zoektijd naar een sociale huurwoning is 1,9 jaar. De inschrijfduur geeft aan hoe lang woningzoekenden ingeschreven hebben gestaan voordat ze een woning vinden. De zoektijd is de periode tussen de eerste reactie van de woningzoekende en het moment dat hij of zij een woningaanbieding krijgt. De zoektijd ligt veel lager dan de inschrijfduur. Veel woningzoekenden staan namelijk vaak eerst een tijd passief ingeschreven, om inschrijfduur op te bouwen, en gaan daarna pas actief op zoek naar een woning. De actieve zoektijd naar een sociale huurwoning (1,9 jaar) is een gemiddelde over het hele corporatiebezit. Aangezien we bij woonwagenstandplaatsen over een specifieke woonwens spreken (woonwagenstandplaats + voorkeur voor (een) bepaalde woonwagenlocatie(s)) is de actieve zoektijd niet te relateren aan die van 1,9 jaar. Bij de actieve zoektijd naar een sociale huurwoning zijn ook andere bemiddelingsmodellen meegenomen, zoals loting. Deze bemiddelingsmodellen zijn niet aan de orde voor woonwagenstandplaatsen. Omdat voor woonwagenstandplaatsen alleen het model van de aanmelddatum voor een standplaats van toepassing is bij toewijzing (men kan zich alleen inschrijven voor een standplaats), in combinatie met toewijzingsregels is een relatie gelegd met de wachttijd (inschrijfduur) van 9,1 jaar voor een sociale huurwoning in het inschrijfmodel van Woning in Zicht. De redelijke termijn om kans te hebben op een standplaats is dan ook gelijk gesteld aan de wachttijd (inschrijfduur) voor een sociale huurwoning, zijnde 9,1 jaar. Behoefte op termijn Als we de inschrijvingen analyseren naar wachttijd dan zien we de behoefte op termijn aan standplaatsen: Behoefte op termijn Directe behoefte (inschrijfduur 9,1* > jaar) 13 Korte termijn behoefte (inschrijfduur 5-9 jaar) 10 Lange termijn behoefte (inschrijfduur 0 tot 5 jaar) 19 Totale behoefte (direct en toekomstig) 42 Peildatum 27-03-2024 De directe behoefte betreft de vraag van volwassen kinderen en personen die meer dan 9,1 jaar op de wachtlijst staan. Deze bedraagt in totaal 13 standplaatsen. De korte termijn behoefte betreft personen die tussen de 5-9 jaar staan ingeschreven en die dus niet binnen afzienbare tijd kans moeten hebben op een standplaats, maar wel op korte termijn. Het gaat in dit geval om 10 standplaatsen. De lange termijn behoefte zijn personen die korter dan 5 jaar staan ingeschreven. Dit betreft 19 standplaatsen. Op het moment dat inwonende kinderen 18 jaar worden en zich inschrijven zal deze groep toenemen. Net zoals dat er een verschuiving in aantal in behoefte zal ontstaan naarmate het langer duurt dat er extra standplaatsen worden gerealiseerd. Behoefte per woonwagenlocatie Bij nagenoeg alle woonwagenlocaties is er behoefte aan extra standplaatsen. We zien bij de Kapitein Nemostraat, Marjoleinhof en de Reitse Hoevenstraat de grootste vraag. Het gros van de standplaatszoekenden heeft aangegeven een of meerdere voorkeurslocatie(s) te hebben. Dit doordat men familie op meerdere woonwagenlocaties heeft wonen. Ook heeft een aantal mensen aangegeven op zoek te zijn naar een standplaats op een nieuwe woonwagenlocatie. Koop- of huurwagen Zoals eerder al aangegeven wonen alle woonwagenbewoners in Tilburg in een eigen koopwoonwagen. Voor alle nieuwbouw, als ook woonwagens, geldt dat de vergunningaanvragen sinds 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Vanwege de BENG-norm is het aanschaffen van een nieuwe koopwagen erg kostbaar geworden. Niet eenieder kan dit betalen. Het plaatsen van een koopwagen die eerder is vergund en wordt verplaatst naar een andere standplaats hoeft niet te voldoen aan de BENG-norm. Naast koopwagens kan er behoefte zijn huurwoonwagens. Voor woonwagenbewoners die qua inkomen behoren tot de doelgroep van de woningcorporatie ligt de verantwoordelijkheid voor het bieden van huisvesting op basis van het beleidskader van het Rijk bij de woningcorporatie. Nieuwe huurders van een standplaats zorgen zelf voor huisvesting (woonwagen). Huurders die niet zelf voor huisvesting kunnen zorgen gaan in overleg met de woningcorporatie. In het Convenant Wonen maken de corporaties en gemeente 4- jaarlijks afspraken over de bijdrage van de corporaties in de uitvoering van het woonbeleid. Mogelijk kan een beroep worden gedaan op de Regeling huisvesting aandachtsgroepen (RHA) voor een financiële bijdrage. Daarnaast kan de corporatie een financiële bijdrage vragen uit het Fonds stedelijke ontwikkeling.

Rechtspraak bij dit artikel