Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.3

Artikel 20.

Regels voor pgb

Onderdeel van Verordening jeugdhulp Rijssen-Holten 2025

1.. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de wet, waarbij het uitgangspunt is dat jeugdigen en ouders een voorziening in natura krijgen. Als een cliënt in aanmerking komt voor een individuele voorziening en de ondersteuning zelf wenst in te kopen door middel van een pgb, dan kan dat alleen als hij kan aantonen dat een voorziening in natura niet passend is; 2.. De jeugdige en zijn ouders kunnen een vertegenwoordiger aanwijzen die namens hen de zaken rondom het pgb regelt; 3.. Het pgb wordt door het college vastgesteld op basis van de voor de jeugdige of zijn ouders geldende ondersteuningsbehoefte, intensiteit en duur om het gewenste resultaat te behalen; 4.. De hoogte van een pgb voor jeugdhulp betrokken van derden: wordt bepaald aan de hand van een door de jeugdige, zijn ouders of diens vertegenwoordiger opgesteld plan waarin wordt beschreven hoe het resultaat wordt bereikt en hoe het pgb wordt besteed; is toereikend om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede zorg in te kopen; wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate individuele voorziening in natura; 5.. Het college kan afwijken van het uitgangspunt onder lid 4, sub c indien de budgethouder overtuigend kan aantonen dat het pgb niet toereikend is om tot een met natura vergelijkbare compensatie te komen. 6.. Het college verstrekt geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was; 7.. De aanwending van een pgb dient door de jeugdige of zijn ouders binnen drie maanden na toekenning te worden aangevangen ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt. 8.. Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt, kan diensten en andere maatregelen onder de volgende voorwaarden betreffende het tarief, betrekken van een persoon die behoort tot het sociaal netwerk: dat deze persoon een lager tarief krijgt betaald voor zijn diensten dan het voor professionele ondersteuning vastgestelde tarief en; dat tussenpersonen of belangbehartigers niet uit het pgb worden betaald. op voorwaarde dat de persoon uit het sociaal netwerk – met uitzondering van de gezaghebbende ouders van de minderjarige – beschikt over een Verklaring Omtrent Gedrag als bedoeld in artikel 4.1.6 van de Jeugdwet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel