Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.3

Artikel 22

Sociaal netwerk

Onderdeel van Verordening jeugdhulp Rijssen-Holten 2025

1.. Het college kent een pgb voor ondersteuning uit het sociaal netwerk alleen toe als: wordt gemotiveerd waarom de inzet van hulp uit het sociaal netwerk leidt tot een gelijk of beter resultaat dan de inzet van professionele ondersteuning; de persoon die de hulp uit het sociaal netwerk verleent voldoet aan de minimale kwaliteitseisen die zijn opgenomen in bijlage 3 van deze verordening; de persoon die de hulp uit het sociaal netwerk verleent beschikt over de voor de hulpvraag benodigde competenties, kennis en vaardigheden om verantwoorde hulp te bieden; de persoon die de hulp uit het sociaal netwerk verleent geen deel uitmaakt van de complexe problematiek waarvoor de jeugdhulp ingezet wordt; de ondersteuning aan de jeugdige en/of zijn ouder niet leidt tot overbelasting bij de persoon die de hulp uit het sociaal netwerk verleent. 2.. Het college weigert een pgb voor iemand uit het sociaal netwerk als de hulp op grond van het afwegingskader in het door het SKJ vastgestelde Kwaliteitskader Jeugd, geboden moet worden door een geregistreerde professional. 3.. Het college weigert een pgb voor behandeling door een persoon die geschaard kan worden onder hulp uit het sociaal netwerk. Onder behandeling wordt verstaan: diagnostiek of een aanpak van een stoornis en bijbehorende problemen op verschillende levensgebieden. De ouder of een ander persoon uit het sociaal netwerk kan door zijn persoonlijke relatie met de jeugdige niet volledig objectief en onafhankelijk handelen.

Rechtspraak bij dit artikel