Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 18.

Vervoer

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp en Wmo 2025

1.. Uitgangspunt is dat de inwoner in eerste instantie zelf verantwoordelijk is voor vervoer van en naar de leverancier. Hierbij wordt minimaal 2 keer rijden (heen en terug) per week als gebruikelijke hulp beschouwd. 2.. Een vervoersvoorziening wordt alleen verstrekt aan de inwoner ten behoeve van het vervoer van de inwoner naar en van de locatie waar de (jeugd)hulp plaatsvindt. 3.. Het toekennen van een vervoersvoorziening aan de inwoner vindt alleen plaats wanneer naar het oordeel van het college is aangetoond dat er een noodzaak bestaat tot het inzetten van deze voorziening. 4.. Het college moet in elke individuele situatie een afweging maken of er specifieke omstandigheden zijn waardoor de eigen mogelijkheden van de inwoner en diens sociaal netwerk onvoldoende zijn om de eigen verantwoordelijkheid voor vervoer op zich te nemen. 5.. Als naar het oordeel van het college een passende voorziening beschikbaar is waarvoor geen vervoer geïndiceerd hoeft te worden, wordt deze mogelijkheid benut en wordt geen indicatie gegeven waarvoor wel vervoer geïndiceerd moet worden.

Rechtspraak bij dit artikel