Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 21.

Persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp en Wmo 2025

21.1. Algemene voorwaarden In plaats van een maatwerkvoorziening in natura kan de inwoner een persoonsgebonden budget (pgb) krijgen als voldaan is aan de voorwaarden die de Wmo en de Jeugdwet hieraan stellen. Dit zijn de volgende voorwaarden: De inwoner is in staat om de aan het pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te oefenen; de inwoner kan gemotiveerd aangeven waarom een maatwerkvoorziening in natura niet passend is; en de kwaliteit van de maatwerkvoorziening dient voldoende gewaarborgd te zijn. Het college verstrekt een pgb als: De inwoner zich – naar het oordeel van het college - gemotiveerd op het standpunt stelt dat zij de maatwerkvoorziening die in natura wordt geleverd door een leverancier, niet passend acht; en uit de beoordeling van de pgb-vaardigheid met inachtneming van artikel 21 lid 4 van deze verordening blijkt dat budgethouder of, indien van toepassing, de budgetbeheerder, in staat is om uitvoering te geven aan de eisen die het beheer van een pgb met zich meebrengt; en naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de leverancier(s) die de inwoner van het budget wil inzetten, ondersteuning bieden van goede kwaliteit, die in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het in het pgb-plan opgenomen beoogde resultaat met dien verstande dat de kwaliteit van de met het pgb ingekochte ondersteuners minimaal voldoet aan de eisen die het college stelt aan de gecontracteerde leveranciers die vergelijkbare ondersteuning leveren. Als een inwoner in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening, maar de ondersteuning zelf wenst in te kopen door middel van een pgb, dient deze daartoe een pgb-plan in volgens een door het college ter beschikking gesteld format. In het pgb-plan is opgenomen: de motivatie waarom het natura-aanbod van het college volgens de inwoner niet passend is en een pgb gewenst is; op welke wijze de kwaliteit van de (jeugd)hulp is gewaarborgd; welke (jeugd)hulp de inwoner wil inkopen met een pgb, wat het beoogde resultaat is en wanneer en hoe wordt geëvalueerd; de voorgenomen uitvoerder van de maatwerkvoorziening en de wijze waarop de (jeugd)hulp georganiseerd wordt; de kosten van de uitvoering, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief; indien van toepassing, welke hulp de inwoner of zijn ouder willen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk; de motivatie aan de hand van de tien punten benoemd in artikel 21.4.1 van deze verordening waarom de budgethouder of budgetbeheerder in staat is de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren; Het pgb is bedoeld voor een maatwerkvoorziening, maar kan niet aan alle kosten die daarmee te maken hebben worden besteed. Het pgb kan niet besteed worden aan: kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers; het voeren van een pgb-administratie; ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb-administratie; contributie voor lidmaatschap van een belangenorganisatie; kosten voor het volgen van een cursus door de hulpverlener of informatiemateriaal voor de hulpverlener; kosten voor een feestdagenuitkering aan de hulpverlener(s); kosten voor het opnemen van verlof door de hulpverlener(s); reiskosten van de hulpverlener(s); kosten voor zorg die direct ingezet moet worden (crisishulp). Het college verstrekt geen pgb in de volgende situaties: Uit het door de inwoner ingediende pgb-plan blijkt niet dat de kwaliteit van de maatwerkvoorziening voldoende gewaarborgd is. De inwoner kan het pgb niet zelf beheren en de beoogde pgb-beheerder is dezelfde persoon als de beoogde hulpverlener. Er niet is voldaan aan de gestelde voorwaarden dit artikel. Er sprake is van het niet of voor een ander doel gebruiken van het pgb. Het college verstrekt geen pgb aan een persoon die behoort tot het sociale netwerk van een inwoner voor zover de in te zetten jeugdhulp bestaat uit een behandeling. Als het college eerder een pgb heeft ingetrokken of herzien omdat er sprake is geweest van onjuiste of onvolledige informatieverstrekking, er niet is voldaan aan de voorwaarden of omdat het pgb niet goed is besteed. Wanneer de kosten van het pgb hoger zijn dan de maatwerkvoorziening in natura. Het college kan het pgb alleen weigeren voor het gedeelte dat duurder is dan de voorgestelde maatwerkvoorziening in natura, voor zover het pgb dan wel toereikend zou zijn om op basis van dit pgb bij tenminste 1 van de door het college gecontracteerde leveranciers passende hulp in te schakelen. In het geval de inwoner toch een pgb wenst, zal de inwoner zelf het verschil met de maatwerkvoorziening in natura moeten betalen. als er twijfels zijn over de integriteit van de pgb-leverancier, wat zich in ieder geval voordoet indien de pgb-leverancier: fraude heeft gepleegd, betrokken is geweest bij strafbare feiten of overtredingen heeft begaan die de veiligheid en de kwaliteit van de ondersteuning in gevaar brengen, het college kan besluiten geen pgb toe te kennen in het geval de pgb-aanbieder verdacht is geweest van strafbare feiten danwel daarvoor veroordeeld is geweest, in de vier jaar voorafgaande aan de aanvraag op basis van een Bibob-toets door het college is geweigerd als leverancier. De inwoner aan wie een pgb wordt verstrekt kan de ondersteuning afnemen bij een persoon die behoort tot het eigen sociale netwerk, als naar het oordeel van het college het leveren van de ondersteuning voor de leverende partij niet tot overbelasting leidt. Het college weigert een pgb als een wettelijke weigeringsgrond als bedoel in artikel 8.1.1 vierde lid van de Jeugdwet of artikel 2.3.6 lid 5 van de Wmo 2015 van toepassing is. 21.2. Onderscheid formele en informele hulp Van formele hulp is sprake als de (jeugd)hulp verleend wordt door onderstaande personen: personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister volgens artikel 5 Handelsregisterwet 2007, en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of; personen die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel. Daarnaast moeten ze ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister volgens artikel 5 Handelsregisterwet 2007 en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken. Formele hulp wordt altijd geleverd door personen die ingeschreven staan in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg en/of artikel 5.2.1 van het Besluit Jeugdwet, voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van jeugdhulp. Als de (jeugd)hulp geboden wordt door een bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad van de budgethouder, is altijd sprake van informele hulp. Als de hulp wordt verleend door een andere persoon dan beschreven in dit artikel in lid 1 onder a, b of lid 2, is sprake van informele hulp. 21.3. Hoogte en tarief pgb De hoogte van het pgb voor formele hulp bedraagt: maximaal 80% van het tarief voor gecontracteerde zorg in natura voor een instelling; maximaal 80% van het tarief voor gecontracteerde zorg in natura voor zzp-ers; Het tarief is lager als op basis van het door de inwoner ingediende pgb-plan passende en toereikende ondersteuning voor een lager tarief kan worden ingekocht. Een aangepast bedrag tot maximaal 100% van het laagste beschikbare tarief voor de voorziening in natura, indien de Pgb-houder kan aantonen dat in zijn situatie het Pgb-tarief van 80% niet toereikend is om effectief en kwalitatief goede ondersteuning in te kopen. De hoogte van het pgb voor informele hulp bedraagt: voor jeugdhulp: gelijk aan het minimum uurloon, inclusief vakantiebijslag, zoals bedoeld in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag voor een persoon van 21 jaar of ouder met een 36-urige werkweek. voor Wmo bij individuele begeleiding, het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij hulp bij het huishouden van de voor de betreffende periode geldende cao VVT (Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg), te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. bij groepsondersteuning, het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij de Functie Waardering van begeleider dagbesteding/groepsbegeleider (FWG 35) van de voor de betreffende periode geldende cao Gehandicaptenzorg, te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. bij huishoudelijke hulp, het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij hulp bij het huishouden van de voor de betreffende periode geldende cao VVT (Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg), te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. Er wordt een uitzondering gemaakt voor lid 1 van dit artikel, wanneer de formele jeugdhulp behandeling en/of verblijf betreft of de jeugdige vanwege het hernieuwde woonplaatsbeginsel onder de financiële verantwoordelijkheid valt van het college. De hoogte van het pgb voor een product, bedraagt 100% van het gecontracteerde tarief, waarbij er rekening wordt gehouden met een reële termijn voor de technische afschrijving en met de onderhouds­ en verzekeringskosten. De hoogte van het pgb voor logeren bedraagt de door de jeugdige of de ouders aangegeven werkelijke kosten, met een maximaal bedrag van 15% van het gecontracteerde tarief per etmaal. De hoogte van het pgb voor vervoer naar leverancier bedraagt de kilometerprijs die het college betaalt voor het collectief vervoer, waarbij het uitgangspunt geldt dat 1.500 kilometer op jaarbasis binnen de eigen leef- en woonomgeving moet kunnen worden gereisd. Er dient verantwoording te worden afgelegd voor het daadwerkelijk reizen van de kilometers. Het college stelt in nadere regels vast hoe deze verantwoording dient plaats te vinden. De tarieven voor het pgb worden jaarlijks geïndexeerd met het OVA-percentage en stijgen dus niet per definitie gelijkwaardig met de prijsontwikkeling van gecontracteerd aanbod dat het college in natura aanbiedt. 21.4. Pgb-vaardigheid Om aan de voorwaarden voor pgb-vaardigheid te voldoen dient de beoogd budgethouder, al dan niet met hulp vanuit het sociaal netwerk of, indien van toepassing, een budgetbeheerder in ieder geval: een duidelijk beeld te hebben van de hulpvraag; op de hoogte te zijn van de regels en verplichtingen die horen bij het pgb of deze zelf (online) weten te vinden; in staat te zijn om een overzichtelijke pgb-administratie bij te houden; voldoende vaardig te zijn om te communiceren met het college, de SVB en de zorgverleners; in staat te zijn zelfstandig te handelen en onafhankelijk voor een zorgverlener te kiezen; in staat te zijn om verantwoordelijkheid te dragen voor afspraken met inwoner en met derden en deze vast te leggen om hierover te verantwoorden aan het college; in staat te zijn om te beoordelen en te beargumenteren of de geleverde zorg passend en kwalitatief goed is; in staat te zijn de inzet van zorgverleners te coördineren, waardoor de zorg door kan gaan, ook bij verlof en ziekte; in staat te zijn om als werk- of opdrachtgever de zorgverleners aan te sturen en aan te spreken op hun functioneren; voldoende kennis te hebben over het werk- of opdrachtgeverschap of deze kennis weten te vinden. Een budgethouder of een budgetbeheerder wordt in beginsel niet in staat geacht de aan een pgb verbonden taken verantwoord te kunnen uitvoeren indien sprake is van een of meerdere van de volgende omstandigheden: problematische schuldenproblematiek; ernstige verslavingsproblematiek; aangetoonde fraude begaan in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag; een aanmerkelijke verstandelijke beperking; een ernstig psychiatrisch ziektebeeld; een vastgestelde, blijvende cognitieve stoornis; het onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal in woord en geschrift; overbelasting van de persoonlijke thuis-/ gezinssituatie; het beheer wordt verricht door de persoon of organisatie die ook de ondersteuning levert aan de pgb-houder, tenzij hiervoor door het college toestemming is verleend 21.5. Verantwoording pgb Het college kan de inwoner vragen om duidelijk te maken hoe het pgb is besteed en welke resultaten de maatwerkvoorziening voor de inwoner heeft gehad. 21.6. Opschorten pgb Het college kan aan de Sociale Verzekeringsbank (SVB) vragen om de uitbetaling uit het pgb helemaal of gedeeltelijk uit te stellen totdat een besluit is genomen om het pgb weer voort te zetten of in te trekken. Dit kan het college doen als: de inwoner onjuiste of onvolledige informatie heeft gegeven, terwijl bij het geven van de juiste of volledige informatie het college tot een andere beslissing zou zijn gekomen; de inwoner niet voldoet aan de voorwaarden die bij een pgb horen; of de inwoner het pgb niet of voor een ander doel heeft gebruikt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel