Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7.

Artikel 23.

Intrekking, herziening, opschorting en terugvordering

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp en Wmo 2025

1.. Het college onderzoekt periodiek of er aanleiding is een beslissing over een maatwerkvoorziening te heroverwegen en kan hierover nadere regels stellen. 2.. Onverminderd artikel 8.1.2 van de Jeugdwet meldt een jeugdige of zijn ouders op verzoek of uit eigen beweging zo snel mogelijk aan het college alle feiten en omstandigheden, waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing over een maatwerkvoorziening. 3.. Onverminderd artikel 2.3.8 van de Wmo meldt een inwoner aan het college op verzoek of uit eigen beweging zo snel mogelijk alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de Wmo. 4.. Onverminderd artikel 8.1.4 van de Jeugdwet en artikel 2.3.10 van de Wmo 2015 kan het college een beslissing over een maatwerkvoorziening herzien of intrekken als het college vaststelt dat: de inwoner onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; de inwoner niet langer op de maatwerkvoorziening of het daarmee samenhangende pgb zijn aangewezen; de maatwerkvoorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten; de inwoner niet voldoen aan de voorwaarden die zijn verbonden aan de maatwerkvoorziening of het pgb; De inwoner het persoonsgebonden budget niet of voor een ander doel gebruikt dan waarvoor het bestemd is; de jeugdige langer dan 8 weken verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet. 5.. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen 3 maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. 6.. Een besluit tot toekenning van een voorziening in natura kan, nadat de inwoner over de reden hiervan is gehoord door het college, worden ingetrokken als de inwoner zich niet binnen 3 maanden na de besluitdatum heeft gemeld bij een leverancier. 7.. Als het college een besluit heeft herzien of ingetrokken op grond van het vierde lid onder a, dan kan het college de geldschade vorderen van de te veel of ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het teveel of ten onrechte genoten pgb. 8.. Als het college een beslissing op grond van het vierde, onder a, heeft ingetrokken, kan het college bij dwangbevel geheel of gedeeltelijk het ten onrechte genoten pgb invorderen. 9.. Het college kan, bij een gegrond vermoeden van een omstandigheid als bedoeld in het vierde lid, onder a, d, e of f, de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een geheel of gedeeltelijke onderbreking van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken. 10.. Ingeval het recht op een in bruikleen of via lease verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd. 11.. Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van maatwerkvoorzieningen en pgb’s met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en recht- en doelmatigheid daarvan. Het college kan voor dit onderzoek een extern bureau inschakelen. De inwoner moet zijn medewerking verlenen aan dit onderzoek.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel