1. Het in te houden dan wel toe te kennen spaarloon zal tenminste €
10,00 per maand moeten bedragen en zal ten hoogste € 613,00 per jaar
mogen belopen. Het op de speciale spaarrekening van de deelnemer te
storten bedrag zal per kalenderjaar niet meer mogen bedragen dan het
in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de
loonbelasting 1964 genoemde maximum. Op de speciale spaarrekening
mogen alleen stortingen worden verricht indien voldaan wordt aan de
voorwaarden zoals vermeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f,
van de Wet op de loonbelasting 1964.2. Bij arbeidsongeschiktheid van
de deelnemer wordt het spaarloon Ingehouden van de uitkeringen
krachtens de Ziektewet, de Wet op de
Arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen, voor zover deze uitkeringen geschieden door
bemiddeling van de werkgever en op deze uitkeringen de witte tabel
in het kader van de Wet op de loonbelasting van toepassing is.
Indien en voorzover de evengenoemde uitkeringen niet door
bemiddeling van de werkgever geschieden, wordt de inhouding
opgeschort tot het tijdstip, waarop de deelnemer zijn werkzaamheden
hervat.