1. Behoudens het bepaalde in artikel 6, lid 1, dient het spaarloon
gedurende 4 kalenderjaren, gerekend vanaf 1 januari volgend op het
jaar van storting, op de speciale spaarrekening te blijven staan.2.
Uiterlijk in de maand februari van elk jaar zal het spaarloon, dat
gedurende 4 kalenderjaren op de speciale spaarrekening heeft
uitgestaan, naar de vrije rekening ten name van de deelnemer worden
overgeboekt.