1. Indien de deelneming aan de spaarloonregeling eindigt wegens
beëindiging van het dienstverband tussen de werkgever en de
deelnemer door het overlijden van de deelnemer, zal de speciale
spaarrekening worden opgeheven.Aan diens rechtverkrijgende(n) zal
goedkeuring worden verleend tot het opnemen van het op de speciale
spaarrekening uitstaande spaarloon, onverminderd het bepaalde in lid
2 van dit artikel.
Indien de deelneming aan de spaarloonregeling eindigt wegens
beëindiging van het dienstverband tussen de werkgever en de
deelnemer om andere redenen dan het overlijden van de deelnemer, zal
de speciale spaarrekening worden aangehouden.Het bepaalde in dit
reglement blijft voor zover van toepassing onverminderd van
kracht.
2. Indien het spaarloon door de deelnemer of diens
rechtverkrijgende(n) is opgenomen bij beëindiging van het
dienstverband, daaronder begrepen het overlijden van de deelnemer,
wordt voor de toepassing van de Wet op de loonbelasting 1964 en de
Coördinatiewet Sociale Verzekering voor elke volle maand gedurende
welke het spaarloon binnen een termijn van 4 jaren is opgenomen een
evenredig deel van het spaarloon aangemerkt als loon, niet zijnde
spaarloon.