De inwoner met problematische schulden kan in bepaalde gevallen in aanmerking komen voor een schuldregeling. De gemeente werkt mee aan een schuldregeling en scheldt een deel van de vordering kwijt als:
de gemeente verwacht dat de inwoner zijn schulden niet kan aflossen; en
er zonder medewerking van de gemeente geen schuldregeling komt (dit, óók in het geval er sprake is van vorderingen als gevolg van het niet of niet tijdig verstrekken van de juiste informatie) en
de vordering van de gemeente volgens dezelfde verdeelsleutel wordt betaald.
De gemeente werkt niet mee aan een schuldregeling, als:
de vordering volledig wordt gedekt door pand of hypotheek; of
de vordering naar verwachting betaald kan worden met geld of bezittingen waarop de inwoner recht heeft, maar waarover hij nog niet kan beschikken, zoals een aandeel uit een erfenis of een uitkering uit een levensverzekering; of
de vordering het gevolg is van verkeerde informatie die opzettelijk door de inwoner is gegeven of waaraan de inwoner opzet of grove schuld heeft tenzij er zonder medewerking van de gemeente geen schuldregeling komt
De gemeente kan het besluit om medewerking te verlenen aan een schuldregeling intrekken als:
er binnen twaalf maanden nadat dat besluit is genomen geen schuldregeling tot stand is gekomen;
de inwoner de verplichtingen aan de schuldregeling weigert na te komen en de gemeente daar al eerder op gewezen heeft; of
de inwoner verkeerde informatie heeft gegeven en de gemeente niet meegewerkt zou hebben als de inwoner op tijd de juiste informatie had gegeven.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.4
Artikel 2.4.6
Kwijtschelding bij een schuldregeling
Onderdeel van Beleidsregels verhaal en terug- en invordering van bijstand, Bbz 2004, IOAW- en IOAZ-uitkering Roerdalen 2025