Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.4

Artikel 3.4.4

Onderzoek Minimapopulatie en Inkomenseffecten KWIZ

Onderdeel van Kadernota Geldzorgen in de Kempen 2025-2028

Het bereik van de minimaregelingen KWIZ heeft het bereik van de gemeentelijke minimaregelingen in kaart gebracht door te kijken naar de totale doelgroep en het aantal verstrekkingen over 2023. Het aanbod aan regelingen in de 4 Kempen is geharmoniseerd. De belangrijkste conclusies met betrekking tot het bereik staan hieronder opgesomd: Het bereik van de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen ligt aanzienlijk lager dan in veel andere gemeenten landelijk gezien. Het bereik van de individuele inkomenstoeslag en individuele bijzondere bijstand ligt in lijn met vergelijkbare gemeenten. De participatieregeling 18+ wordt door een relatief klein deel van de doelgroep gebruikt; minder dan 10% van de doelgroep maakt hier gebruik van. In veel gemeenten ligt dit aandeel hoger. Het bereik van de collectieve zorgverzekering ligt in lijn met vergelijkbare gemeenten of er net onder, afhankelijk van de gemeente. De Kempengemeenten hebben in 2023 de energietoeslag uitgekeerd aan huishoudens met een inkomen van maximaal 120 procent wsm. Er werd geen vermogenstoets toegepast. De gemeenten hebben ruim 80 procent van de doelgroep met een inkomen tot 120 procent wsm (en mogelijk een vermogen boven de grenzen van de Participatiewet) bereikt. Het bereik ligt in lijn met vergelijkbare gemeenten. Voor de kinderen is ondersteuning vanuit stichting Leergeld beschikbaar voor binnen- en buitenschoolse activiteiten. Het bereik van stichting Leergeld ligt in de Kempengemeenten hoog ten opzichte van vergelijkbare gemeenten. Zie ook de afbeelding hieronder waarin je het bereik van inkomensondersteunende regelingen ziet. Categorie Bergeijk Bladel Eersel Reusel-De Mierden Landelijk Regelingen voor volwassenen Kwijtschelding gemeentelijke belastingen 33% 40% 44% 34% 70-75% Bijzondere bijstand 24% 21% 22% 20% 20-25% Individuele inkomenstoeslag 43% 48% 54% 37% 40-45% Collectieve ziektekostenverzekering 30% 34% 37% 39% 35-40% Participatieregeling 18+ 4% 8% 6% 8% 35-40% Energietoeslag 81% 81% 83% 89% 80-90% Regelingen voor kinderen Stichting Leergeld 65% 55% 77% 90% 35-40% Inkomenseffecten KWIZ heeft voor zes verschillende voorbeeldhuishoudtypen met vier verschillende inkomensniveaus in beeld gebracht hoeveel zij maandelijks aan gemeentelijke regelingen en landelijke toeslagen kunnen ontvangen in 2024. Daarnaast wordt in beeld gebracht van de effecten zijn als deze voorbeeldhuishoudens meer inkomen vergaren door werk (bijv. vanuit een bijstandssituatie). Ook de inkomenssituatie voor langdurige bijstandshuis-houdens wordt in beeld gebracht. Uit dit onderzoek wordt duidelijk dat dat de gemeentelijke regelingen (extra) financiële bestedingsruimte bieden. Voor sommige huishoudens is dat noodzakelijk om maandelijks rond te kunnen komen. Daarnaast is het belangrijk dat minima van de landelijke toeslagen gebruikmaken waar zij recht op hebben. Hieronder lichten we dit verder toe. We zien dat huishoudens die van alle gemeentelijke regelingen gebruikmaken waar zij recht op hebben, daardoor logischerwijs (meer) budget overhouden aan het einde van de maand dan huishoudens die van geen enkele regeling gebruikmaken. Dit effect is het grootst voor gezinnen; door de samenstelling van hun huishouden kunnen zij immers de meeste vergoedingen vanuit de regelingen ontvangen. Voor een aantal voorbeeldhuis-houdens is de (maximale) bijdrage van de gemeente noodzakelijk om rond te komen. Dit geldt voor: Paren zonder kinderen Paren met kinderen (8 en 13 jaar) Zonder de maximale gemeentelijke bijdrage komen deze huishoudens maandelijks geld tekort bij een inkomen op bijstandsniveau. Overigens is het zo dat het maximale bedrag dat minima vanuit de toeslagen van het Rijk kunnen ontvangen (onder andere huurtoeslag, zorgtoeslag, kindgebonden budget) een stuk hoger is dan het maximale bedrag van de gemeentelijke regelingen. Dit is ook in andere gemeenten het geval. Uit het onderzoek wordt verder duidelijk dat werken in de meeste gevallen altijd loont. Inkomens tot 130% wsm houden altijd voldoende budget (en meer budget) over (t.o.v. inkomens tot 120%) om te voorzien in hun kosten (zowel bij volledig gebruik van gemeentelijke regelingen als bij niet-gebruik). Behalve bij een paar in de AOW-leeftijd. Zij houden voldoende budget over, maar net iets minder dan inkomens tot 120% bij volledig gebruik van de gemeentelijke regelingen. In dit geval wordt de daling van de landelijke toeslagen en gemeentelijke regelingen onvoldoende gecompenseerd door het hogere inkomen. Daarnaast valt het op dat een alleenstaande ouder bij een inkomen uit 100% wsm meer budget overhoudt dan bij 110% wsm. Zie voor het volledige onderzoeksrapport bijlage 1.

Rechtspraak bij dit artikel