1. Budgetoverheveling, zijnde lastenoverheveling, tussen begrotingsjaren maakt onderdeel uit van het begrotingscriterium.
2. De overheveling van budgetten c.q. lasten van het ene begrotingsjaar naar het volgende begrotingsjaar kan alleen plaatsvinden via de vorming van een bestemmingsreserve waarvoor voorafgaande autorisatie van de raad vereist is.
3. Een voorstel van het college om budgetten over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar wordt - in beginsel - behandeld in de laatste raadsvergadering van het begrotingsjaar waarin de geplande werkzaamheden en de daarvoor benodigde middelen aanvankelijk begroot zijn.
4. Aan de budgetoverheveling en de vorming van een bestemmingsreserve hiervoor zijn de volgende voorwaarden verbonden:
a. de bestemmingsreserve voor een overgeheveld budget heeft - in beginsel - de duur van één jaar, met een maximum van 2 jaar;
b. na de maximumperiode van twee jaar wordt de bestemmingsreserve voor een overgeheveld budget - of het eventuele restant - automatisch, dat wil zeggen zonder een afzonderlijk raadsbesluit, overgeheveld naar de algemene reserve;
c. het over te hevelen budget bedraagt minimaal € 15.000;
d. het over te hevelen budget (of een gedeelte deel daarvan) is specifiek bestemd voor een aangewezen doel of activiteit dat nog niet of slechts ten dele in het betreffende begrotingsjaar heeft plaatsgevonden;
e. budgetoverheveling is niet toegestaan voor een niet - geheel - bestede jaarlijks terugkerende activiteit;
f. in de onderbouwing van de budgetoverheveling wordt expliciet ingegaan op het
eenmalige karakter van de activiteit en de reden van de vertraging.
5. Een voorstel om budgetten over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar kan ook worden meegenomen in het bestemmingsvoorstel bij de jaarrekening, onder de voorwaarden zoals opgesomd in het vierde lid, met dien verstande dat pas na autorisatie van de raad het college de over te hevelen budgetten mag besteden.
6. Een voorstel, zoals bedoeld in het vijfde lid, dient vergezeld te gaan met een toelichting waarbij er door het college gemotiveerd wordt waarom het voorstel voor de budgetoverheveling niet meer in het voorafgaande begrotingsjaar aan de raad kon worden voorgelegd.
7. Een afwijking van het tweede lid is niet toegestaan en resulteert in een onrechtmatigheid.
8. Een afwijking van de leden 4, 5 en 6 wordt aangemerkt als een onrechtmatigheid, tenzij de raad expliciet het besluit neemt om van deze bepalingen in de Beleidsnota rechtmatigheid Halderberge af te wijken.
Artikel 3c:
Budgetoverheveling tussen begrotingsjaren
Onderdeel van Beleidsnota rechtmatigheid Halderberge