Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Kennismakingsperiode

Onderdeel van Beleidsregels tijdelijk samenwonen met behoud van uitkering

1.. Het college van burgemeester en wethouders kan op aanvraag aan één of aan beide personen die een uitkering op grond van de Participatiewet, IOAW of IOAZ ontvangt of ontvangen maximaal eens in de vijf jaar een kennismakingsperiode toestaan. Indien in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag al een kennismakingsperiode is toegekend, wordt de aanvraag afgewezen. 2.. De kennismakingsperiode vangt niet eerder aan dan nadat het college schriftelijk toestemming heeft verleend. 3.. De duur van de kennismakingsperiode wordt individueel bepaald en vastgesteld op de periode die nodig wordt geacht om een definitief besluit te kunnen nemen op het samenwonen. Als de periode is vastgesteld op minder dan 6 maanden, dan kan de periode in overleg tussen bijstandsgerechtigde(n) en de consulent inkomen worden verlengd tot maximaal 6 maanden in totaal. 4.. Gedurende de kennismakingsperiode ontvangt de bijstandsgerechtigde een uitkering naar de norm die de belanghebbende ontving ten tijde van de aanvraag van de kennismakingsperiode, tenzij deze norm wijzigt wegens andere omstandigheden dan het samenwonen op proef. 5.. De inlichtingenplicht ligt op de partner die de bijstandsuitkering ontvangt.

Rechtspraak bij dit artikel