In deze verordening wordt verstaan onder:
Bewoning: het hebben van een permanent hoofdverblijf in een gebouw of gedeelte daarvan.
College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Krimpenerwaard.
Complex: een geheel of groep van woningen die samen in een gebouw of op een terrein zijn ontworpen. Dit kan variëren van appartementencomplexen tot rijenhuizen of grotere woonprojecten. Dit kan zowel sociale als particuliere woningen omvatten.
Co-ouderschap: een omgangsregeling voor ouders die kiezen voor – vaak na relatiebeëindiging – een gelijke verdeling van de zorg- en opvoedtaken voor hun kinderen.
Doelgroepen: mensen die behoren tot een specifieke groep, vaak gedefinieerd op basis van kenmerken zoals, leeftijd, geslacht, inkomen, locatie of gedrag. Bijvoorbeeld: starters, jongeren, doorstromers, senioren, vergunninghouders, mensen met een beperking etc.
Economische binding: de binding van een persoon aan de gemeente Krimpenerwaard, waarbij de woningzoekende voor levensonderhoud is aangewezen op het duurzaam verrichten van arbeid binnen de gemeente Krimpenerwaard.
Huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren.
Huurprijsgrens: de wettelijk vastgestelde maximale huur om in aanmerking te komen voor huurtoeslag zoals beschreven in de Wet op de Huurtoeslag (artikel 13.1a).
Indicatie: een door een onafhankelijke deskundige persoon of organisatie (bijvoorbeeld Loket Samenleving en Zorg of Centrum voor Indicatiestelling Zorg) opgesteld document waaruit de specifieke lichamelijke of andere beperkingen van een woningzoekende blijken. Uit dit advies blijkt of kan worden bepaald hoe de huisvesting van de woningzoekende op de beperkingen dient te worden afgestemd.
Ingezetene: een persoon die in de Basisregistratie Personen van de gemeente is opgenomen en op dat adres daadwerkelijk zijn hoofdverblijf heeft in woonruimte die uitsluitend permanent mag worden bewoond. Dit geldt zowel voor zelfstandige als onzelfstandige woonruimte.
Inkomensgrens: het maximale inkomen van een huishouden bepaalt of en voor welke huurwoningen een huishouden in aanmerking komt (Woningwet, artikel 48.1 en Tijdelijke regeling diensten van algemeen economisch belang toegelaten instelling volkshuisvesting, artikel 4.1).
Inwoning: bewoning van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen.
Kern: een woonplaats. In de Krimpenerwaard hebben we 11 kernen: Ammerstol, Bergambacht, Berkenwoude, Gouderak, Haastrecht, Krimpen aan de Lek, Lekkerkerk, Ouderkerk aan den IJssel, Schoonhoven, Stolwijk en Vlist.
Maatschappelijke binding: personen die ten minste zes jaar onafgebroken ingezetenen zijn of gedurende de voorafgaande tien jaar ten minste zes jaar onafgebroken ingezetenen zijn geweest van de gemeente Krimpenerwaard. Ook personen die een redelijk, met de plaatselijke samenleving houdend belang hebben bij de gemeente zijn maatschappelijk gebonden (Huisvestingswet, artikel 14.3.b)
Mantelzorg: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep (Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, artikel 1.1.1).
MIVA-woning: een MInder-VAliden woning die is aangepast zodat een huishouden waarvan ten minste één lid een lichamelijke beperking (minder valide) heeft en op aangepaste woonruimte aangewezen is volledig zelfstandig kan wonen.
Niet-toegelaten instellingen: verhuurders in de sociale sector met tenminste 15 sociale huurwoningen in hun bezit en die door de Minister niet zijn aangemerkt als toegelaten instelling.
Onzelfstandige woonruimte: woonruimte die geen eigen toegang heeft en die niet door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte.
Particuliere verhuurder: een persoon of organisatie, niet zijnde woningcorporaties en niet-toegelaten instellingen, die (eigen) woningen verhuurt.
Senior: een persoon van 65 jaar of ouder.
Seniorenwoning: een zelfstandige woning die onderdeel uitmaakt van een complex zelfstandige woningen en/of een complex waarbij de woonruimte woon- en bouwtechnisch is ingericht en bestemd voor bewoning door senioren.
Urgentie: een verklaring die kan worden aangevraagd en waardoor bij verlening van de urgentie voorrang verkregen wordt bij de volgordebepaling van kandidaten voor een woonruimte.
Vergunninghouder: vreemdeling die in Nederland een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft aangevraagd en als gevolg daarvan een verblijfsvergunning heeft ontvangen als bedoeld in artikel 8, onderdeel a, b, c, d van de Vreemdelingenwet 2000 (Huisvestingswet 2014, artikel 1, lid 1 onder h).
Vergunningplichtige woonruimte: woonruimte waarvoor in deze verordening een huisvestingsvergunning verplicht is gesteld voor het in gebruik geven en nemen ervan.
Wet: Huisvestingswet 2014.
Woningcorporatie: een vereniging of stichting die door de Minister als toegelaten instelling is aangemerkt en die zich ten doel stelt uitsluitend op het gebied van volkshuisvesting werkzaam te zijn en haar financiële middelen uitsluitend in het belang van de volkshuisvesting inzet en aangewezen zijn (Woningwet, artikel 19).
Woningzoekende: een huishouden dat in het inschrijfsysteem als bedoeld in artikel 5 is ingeschreven.
Woonkostentoeslag: een vorm van bijzondere bijstand. Huishoudens kunnen hiervoor in aanmerking komen als zij, na de aftrek van de woonlasten, minder dan de helft van de voor dat huishouden geldende netto-bijstandsnorm aan inkomen overhoudt. Als dit huishouden in een zelfstandige huurwoning woont kunnen zij voor woonkostentoeslag in aanmerking komen als de huurprijs boven de voor dat huishouden geldende aftoppingsgrens ligt, zoals bepaald in de Wet op de Huurtoeslag.
Woonlasten: huurprijs, servicekosten, reinigingsrechten, energierekening, rekening voor waterleverantie, OZB, bijdrage VVE, opstalverzekering, inboedelverzekering, waterschaps- en polderlasten, aflossing hypotheek en 2/3 van de hypotheekrente, met inbegrip van voorliggende voorzieningen als huurtoeslag en woonkostentoeslag.
Woonruimte: besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden en; standplaatsen (artikel 1, categorie j onder lid 1 van de Wet).
Zoekprofiel: een beschrijving van het woningtype en eventuele andere kenmerken van de woning waarvoor een urgent woningzoekende in aanmerking kan komen.
Zorgbehoevenden: personen die daartoe aangewezen zijn door een erkend medisch adviseur (ingeschreven in het BIG-register) en geïndiceerd zijn voor zorg.
Zorgwoning: een woonruimte waarvoor een woningzoekende vanwege beperkingen in zelfredzaamheid een indicatie nodig heeft voor zorg of begeleiding. De zorg of begeleiding is in de directe nabijheid van de woning beschikbaar en wordt geleverd door een professionele zorgorganisatie.