Het college kan de uitvoering van de bevoegdheden opgenomen in artikel 3, 4 en 8 tot en met 12 van deze verordening mandateren aan daartoe aangewezen uitvoerende instanties, zoals de woningcorporaties en niet-toegelaten instellingen, als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet. Hiertoe worden uitvoeringsafspraken tussen de aangewezen uitvoerende instanties en de gemeente vastgelegd in een convenant.