De aanvraag als bedoeld in artikel 3, onder lid 1, dient te worden gedaan op een door de heffingsambtenaar voorgeschreven standaardformulier.
De aanvraag dient vóór 1 oktober van het lopende kalenderjaar te worden ingediend en heeft betrekking op het lopende belastingjaar.
De belastingplichtige is verplicht alle informatie te verstrekken die de heffingsambtenaar nodig acht voor het beoordelen van de aanvraag.
Indien de aanvrager van de in lid 3 bedoelde verplichting tot informatieverstrekking onvoldoende nakomt, kan de heffingsambtenaar hem in zijn aanvraag niet-ontvankelijk verklaren. Van deze beslissing doet de heffingsambtenaar zo spoedig mogelijk mededeling aan de aanvrager, onder terugzending van de ingediende bescheiden.
De aanvraag hoeft niet ieder jaar opnieuw te worden ingediend. De heffingsambtenaar kan, wanneer dit nodig wordt geacht, verzoeken tot het opnieuw indienen van de aanvraag.