**1..** Recht op individuele inkomenstoeslag bestaat voor de belanghebbende die:
gedurende de referteperiode een in aanmerking te nemen inkomen heeft dat netto niet hoger is dan 120% van de bijstandsnorm (waarbij een marginale overschrijding tot een bedrag van maximaal € 120 per jaar niet wordt meegerekend);
in de twaalf maanden voorafgaand aan de peildatum geen vermogen heeft gehad boven het vrij te laten vermogen uit artikel 34 van de Participatiewet, waarbij met de overwaarde van de door belanghebbende zelf bewoonde eigen woning geen rekening wordt gehouden;
geen uitzicht heeft op inkomensverbetering; en
in de twaalf maanden voorafgaand aan de aanvraag niet eerder een individuele inkomenstoeslag is toegekend.
**2..** Het college kan in beleidsregels vaststellen wanneer er sprake is van ‘geen uitzicht op inkomensverbetering’.